5 Valkuilen bij bestuurdersaansprakelijkheidsverzekeringen

19 maart 2017

Probleemstelling

Een bestuurder van een vennootschap kan wegens omstandigheden aansprakelijk zijn voor een claim van het bedrijf zelf of derden. Wanneer een bestuurder de boel heeft belazerd is dit meer dan logisch, maar een bestuurder kan ook voor minder aansprakelijk worden gesteld. Hierbij kunt u denken aan een aansprakelijkheid richting de belastingdienst. Bijvoorbeeld omdat de desbetreffende persoon domweg vergeten is tijdig aan de fiscus de melding betalingsonmacht te doen of indien de jaarrekening niet tijdig gepubliceerd werd.

Maar ook onbewust handelen in strijd met statutaire bepalingen of het maken van betalingsafspraken, wanneer deze niet na kunnen worden gekomen, kunnen leiden tot bestuurdersaansprakelijkheid. Er is de mogelijkheid om dit risico te verzekeren, waarvoor men tegenwoordig dan ook vaak kiest. Toch blijkt veelal dat de verzekering het desbetreffende risico niet (geheel) dekt.

Om u hierbij hulp te bieden worden hieronder 5 valkuilen omtrent polissen besproken.

  1. De lijst van mogelijke claims is veelal expliciet in de polis genoemd en daarmee ook tot die lijst beperkt. Veelal volstaat die lijst niet. Denk aan de situatie dat verzwijging door een medewerker van een vennootschap richting een derde partij de daarvan onwetende bestuurder wordt aangerekend terwijl verzwijging veelal wordt uitgesloten als grond voor dekking.
  2. Vaak is een potentiele claim van de vennootschap tegen de bestuurder zelf uitgesloten van de dekking. Hiermee wil de verzekeraar voorkomen dat de vennootschap de door haar eigen bestuurder veroorzaakte schade feitelijk op de verzekeraar kan verhalen. Dat is natuurlijk een logische gedachte. Echter, als de vennootschap failliet gaat en wordt vertegenwoordigd door de curator, stelt de curator die claim mogelijk namens de vennootschap in. Dan is het zeer van belang voor de bestuurder dat dit is afgedekt.
  3. Zowel het bedrag qua proceskosten als de dekking van het op de bestuurder geclaimde bedrag is gemaximeerd en veelal onvoldoende. Dit geldt des te meer wanneer zowel de bestuurder als de vennootschap zijn verzekerd en het bedrag al volloopt met de ten laste van de vennootschap te vergoeden claim.
  4. Op het door de verzekeraar aan de bestuurder uit te betalen bedrag wordt veelal door derden beslag gelegd. Dit leidt er toe dat de bestuurder geen uitkering ontvangt en daarom niet eens in staat is zijn advocaat te betalen, terwijl die kosten juist wel verzekerd zijn. Het is in de juridische wereld onduidelijk of een dergelijk beslag wel toelaatbaar is. Als het beslag al toelaatbaar is, is het effect van dat beslag gemakkelijk te voorkomen. Dit kan namelijk door bijvoorbeeld in de polis te bepalen dat de door de bestuurder in te schakelen advocaat (en dus niet de bestuurder zelf) een rechtstreeks vorderingsrecht krijgt op de verzekeraar. Daarmee treft het eventueel te leggen beslag ten laste van de bestuurder geen doel, want hij heeft namelijk geen vordering op de verzekeraar voor de kosten van zijn advocaat.
  5. Is de inloop- en uitloopdekking goed geregeld? In dit verband valt te denken aan de fout welke is gemaakt voordat de verzekering aanvangt welke fout zich echter nadien openbaart. Ook wordt het punt genoemd dat een bestuurder aftreedt en vervolgens wordt aangesproken op een tijdens zijn bestuur gemaakte fout. Verder is veelal van belang dat de premie voldaan moet zijn. Wat vanaf de aanvang van een faillissement veelal niet is gebeurd en waardoor er geen dekking bestaat.

Conclusie

Een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering is een heterogeen product en haal je niet ‘zo even uit het schap’. Tijdens het afsluiten van een dergelijke verzekering zijn aandacht en een kritische benadering van groot belang.