Afwijzing verzoek faillietverklaring vanwege lege boedel

29 maart 2018

Steeds vaker wordt een aangifte tot faillietverklaring (alsnog) afgewezen vanwege het feit dat de betreffende rechtspersoon niet over (te verwachten) baten beschikt. Steeds meer rechtspersonen kiezen in zo’n situatie voor een – door de rechtspraak goedgekeurde – alternatieve route van opheffing: “turboliquidatie”. Daarover schreef ik eerder dat deze ontwikkeling vanuit het oogpunt van fraudebestrijding onwenselijk is. Zie in dit verband mijn artikel: “Perikelen rondom turboliquidaties: opgeruimd staat netjes?” (TvI 2016/34). In deze blog leg ik kort uit hoe het komt dat een (eigen) aangifte tot faillietverklaring, hoewel daarvoor aan de wettelijke eisen is voldaan, soms toch wordt afgewezen.

Lege boedel

Wanneer de schuldenaar niet over (voldoende) baten beschikt om de faillissementskosten (het salaris van de curator voorop) te voldoen, wordt er gesproken van een ‘lege boedel’. Deze lege-boedelproblematiek heeft in de lagere rechtspraak geleid tot een reeks uitspraken waarbij de eigen aangifte tot faillietverklaring (alsnog) wordt afgewezen wegens misbruik van bevoegdheid. Dat zit zo. Wanneer er (nagenoeg) geen actief voor de boedel zal kunnen worden gegenereerd, zal de schuldenlast door de werkzaamheden van de curator alleen maar toenemen. Dit terwijl de kosten van de curator niet vergoed kunnen worden. Degene die het faillissement aanvraagt terwijl hij dit weet of behoort te weten, misbruikt de bevoegdheid tot faillietverklaring wanneer hij daarbij geen voldoende gerechtvaardigd belang heeft. Hierbij is van belang dat het stelsel van de faillissementswet verdeling beoogt door de curator van het vermogen van de schuldenaar onder de gezamenlijke schuldeisers. Als er geen vermogen is, valt er ook niets te verdelen. Duidelijk is dat er eerder sprake zal zijn van misbruik wanneer het faillissement in voornoemde omstandigheden door de schuldenaar zelf wordt aangevraagd, dan wanneer het een externe crediteur betreft.

Onderzoek

Een probleem c.q. bezwaar is echter dat er tenminste enig onderzoek nodig is om vast te stellen dat er geen actief is en er ook geen actief valt te verwachten. Dit actief kan immers ook bestaan uit een vordering van de curator op de bestuurder wegens, bijvoorbeeld, bestuurdersaansprakelijkheid. In de lagere rechtspraak verschijnen echter steeds vaker uitspraken waarin het verzoek tot faillietverklaring reeds op voorhand om voornoemde reden wordt afgewezen. Dit is opmerkelijk omdat De Hoge Raad de opvatting is toegedaan dat de curator dient te onderzoeken of en, in hoeverre de schuldenaar verhaal biedt. Hoe dan ook, feit is dat deze lege-boedelproblematiek steeds vaker leidt tot afwijzing van een verzoek tot faillietverklaring.


Wilt u meer informatie over dit onderwerp, neemt u dan contact op met:

mr. M.J. (Maarten) Blommaert