Algemene voorwaarden, tips voor juist gebruik

11 mei 2015

Algemene voorwaarden kun je beschouwen als bouwstenen, die snel en gemakkelijk kunnen worden ingebouwd in overeenkomsten. Wie veel overeenkomsten van een bepaald type sluit (zoals bijvoorbeeld een handelsbedrijf dat dagelijks veel transacties aangaat), kan zich er de moeite mee besparen om telkens opnieuw de volledige inhoud van een overeenkomst met de andere partij door te moeten nemen. In plaats daarvan kan volstaan worden met een verwijzing naar je algemene voorwaarden (niet voor niets ook wel ‘standaardvoorwaarden’ genoemd). Let daarbij wel op de noodzaak om de algemene voorwaarden voor het sluiten van de overeenkomst aan de andere partij ‘ter hand te stellen’.

Hoewel algemene voorwaarden vooral gebruikt worden uit een oogpunt van efficiency, blijkt uit de grote hoeveelheid rechterlijke uitspraken dat het gebruik ervan regelmatig tot problemen leidt. In grote lijnen zijn die problemen in twee hoofdsoorten onder te verdelen: fouten in het toepasselijk verklaren van de algemene voorwaarden, en knelpunten met betrekking tot de inhoud. De rechtspraak van de laatste weken geeft van beide een sprekend voorbeeld.

1. Wat geldt er als naar meerdere sets algemene voorwaarden verwezen wordt?

Sommige ondernemingen gebruiken meerdere algemene voorwaarden naast elkaar, bijvoorbeeld als ze diverse soorten diensten verlenen. Als ze voor elke bedrijfsactiviteit aparte algemene voorwaarden hanteren, kan onduidelijk zijn welke algemene voorwaarden in een bepaald geval gelden.

Als de gebruiker naar twee sets algemene voorwaarden verwijst, en daarbij vermeldt dat van toepassing zijn ‘Voorwaarden A’ of ‘Voorwaarden B’, zonder duidelijk te maken welke van beide hij in dat geval wil toepassen, is de hoofdregel dat géén van beide algemene voorwaarden van toepassing is. Dat besliste de Hoge Raad al in 1997 in het Visser/Avéro-arrest. De gebruiker van de algemene voorwaarden kan dat niet achteraf (nadat de overeenkomst al gesloten is) nog ‘repareren’ door alsnog voor één van beide sets te kiezen.

In een recente uitspraak van de Hoge Raad ging het weer om een geval waarin naar twee sets algemene voorwaarden werd verwezen. Nu was het echter niet een ‘A of B’-situatie, maar een ‘A én B’-situatie. In één overeenkomst (waarin het ging om de verkoop van grondstoffen voor diervoeders) werden zowel de Conditiën van de Nederlandse Handel in Granen en Diervoedergrondstoffen’ (CNGD-voorwaarden) van toepassing verklaard als de eigen algemene verkoopvoorwaarden van de verkoper. Toen er over één van de bepalingen in de algemene voorwaarden discussie ontstond, stelde de koper (onder verwijzing naar de regel uit het Visser/Avéro-arrest) dat ook nu geen van beide sets algemene voorwaarden toepasselijk was.

De Hoge Raad oordeelde echter anders. In dit geval was (anders dan bij Visser/Avéro) duidelijk dat de toepasselijkheid van beide sets algemene voorwaarden is bedongen en door de koper aanvaard. Als er sprake is van onderling tegenstrijdige bedingen in de beide sets, moet de rechter door uitleg van de overeenkomst vaststellen welke van de tegenstrijdige bedingen voorrang heeft. Dat moet hij doen door na te gaan wat partijen redelijkerwijs uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben mogen afleiden en wat zij redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten (dat is de ‘Haviltex’-maatstaf, genoemd naar een beroemd arrest van de Hoge Raad uit 1981). Het Gerechtshof vond in dit geval maatgevend dat de verwijzing naar de CNGD-voorwaarden was opgenomen in het deel van de overeenkomst dat specifiek voor dit geval was ingevuld (zeg maar het ‘maatwerk-gedeelte’), en de verwijzing naar de eigen algemene verkoopvoorwaarden ‘slechts’ op het briefpapier was voorgedrukt. Daarom vond het Gerechtshof dat de CNGD-voorwaarden voorrang hadden. De Hoge Raad keurde dat goed.

Er geldt dus een andere maatstaf als twee sets algemene voorwaarden cumulatief toepasselijk verklaard worden dan wanneer twee sets als alternatieven vermeld worden. Maar de belangrijkste les voor de praktijk is natuurlijk dat de gebruiker van meerdere sets algemene voorwaarden steeds duidelijk moet maken welke van de sets algemene voorwaarden hij in het concrete geval van toepassing wenst te verklaren.

2. Let op wettelijke regels over de inhoud van algemene voorwaarden

Een consument koopt via internet computeronderdelen. In de algemene voorwaarden van de webshop staat dat de koopprijs vooruitbetaald moet worden. De consument weigert dat en de leverancier schort daarom de levering op. Het komt tot een juridische procedure, waarin de consument erop wijst dat de koper bij een consumentenkoop slechts tot vooruitbetaling van maximaal de helft van de koopprijs kan worden verplicht (artikel 7:26 lid 2 BW). Dit is (bij consumenten) dwingend recht, dat wil zeggen dat er niet bij overeenkomst van kan worden afgeweken. Daardoor kon de koper deze bepaling in de algemene voorwaarden van de webshop vernietigen. De bepaling over de volledige vooruitbetaling valt dus weg uit de overeenkomst; er blijft dus ook geen verplichting voor de koper over om de helft van de koopprijs vooruit te betalen. Dat stond er immers niet.

Wanneer moet de koper dan wel betalen? Hiervoor geldt nu de hoofdregel bij koop, zo oordeelde de Rechtbank. Die luidt dat de betaling moet plaatsvinden bij de aflevering (dus ‘gelijk oversteken’). De webshop moet dus de gekochte onderdelen leveren, de koper hoeft niet vooruit te betalen, maar moet wel betalen bij de levering.

Er gelden nogal wat wettelijke regels die van invloed zijn op de inhoud van algemene voorwaarden. En die regels veranderen regelmatig. Het loont dan ook de moeite om de inhoud van uw algemene voorwaarden van tijd tot tijd te (laten) checken.