Bank maakt misser met renteopslag, ‘eigen schuld dikke bult’

17 april 2018

Het Gerechtshof Amsterdam heeft onlangs beslist dat de ING Bank aan twee klanten te hoge renteopslagen in rekening heeft gebracht. De teveel betaalde bedragen moeten worden terugbetaald. Deze week heeft de ING Bank bekendgemaakt dat ze niet tegen de uitspraak in cassatie gaat. Ook gaat ze vrijwillig alle andere klanten compenseren die in vergelijkbare situaties teveel renteopslag hebben betaald.

Wat was er precies aan de hand?

De bank had aan een modebedrijf een langlopende lening verstrekt van drie miljoen euro. In de leningsovereenkomst stonden onder meer de volgende twee bepalingen:

  • 1. Gedurende de eerste rentevaste periode van 3 maanden bedraagt het rentepercentage het op de dag van effectuering van deze overeenkomst geldende 3-maands EURIBOR, verhoogd met een opslag van 1,70% per jaar. Na iedere periode van 3 maanden zal het rentepercentage worden herzien en worden vastgesteld op het op de vervaldag geldende 3-maands EURIBOR, verhoogd met een opslag van 1,70% per jaar.
  • 2. Artikel 4 van de Algemene voorwaarden Bedrijfshypotheek aan de ommezijde is ter zake het door de bank gebruik maken van het recht het rentepercentage te wijzigen alleen van toepassing indien de bank gebruik maakt van het recht om het onderdeel opslagpercentage te wijzigen.

In 2014 liet de bank per brief aan de klanten weten dat ze het opslagpercentage met ingang van de eerstvolgende renteherzieningsdatum eenzijdig verhoogde (van 1,70% naar 3,10%). De klanten betwistten dat de bank daartoe bevoegd was, en daarover ontstond vervolgens een geschil.

De redenering van de klant

De klanten stelden zich op het standpunt dat in de overeenkomst een vaste opslag van 1,70% was afgesproken die niet eenzijdig door de bank kon worden verhoogd. Dat bleek uit het eerste artikel. Nergens is vastgelegd dat de bank die opslag eenzijdig kon aanpassen.

De redenering van de bank

De bank voerde aan dat het normaal en redelijk is dat bij zakelijke leningen de renteopslag eenzijdig gewijzigd kan worden. Bij leningen met variabele rente wordt altijd een variabele renteopslag afgesproken, zeker als de looptijd meer dan 10 jaar is, zoals in dit geval. Alleen daarmee kan de bank veranderingen in kosten en rendement aan de klant doorberekenen en daardoor kan ze de klant ook een relatief lage opslag aanbieden. Het is ook redelijk dat de bank van die eenzijdige wijzigingsbevoegdheid gebruik maakte. De klant mocht dan immers (door artikel 4 van de algemene voorwaarden) ook boetevrij aflossen.

De beslissing van de rechter

Zowel de rechtbank als, in hoger beroep, het gerechtshof gaven de klanten gelijk. Bij de uitleg van de bepalingen in de overeenkomst moet van de Haviltex-maatstaf worden uitgegaan (genoemd naar een beroemde uitspraak van de Hoge Raad over uitleg van overeenkomsten). Die houdt in dat het dan gaat om “de zin die partijen bij de totstandkoming van de overeenkomst in de gegeven omstandigheden over en weer aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarbij kan mede van belang zijn tot welke maatschappelijke kringen partijen behoren en welke rechtskennis van zodanige partijen kan worden verwacht.”

Artikel 1 laat volgens het gerechtshof geen andere uitleg toe dan dat de rente, zoals die op elke renteherzieningsdatum opnieuw wordt vastgesteld, steeds met 1,70% renteopslag wordt verhoogd. Dat verandert niet door artikel 2. Daarin wordt immers alleen vastgelegd in welk geval artikel 4 van de Algemene voorwaarden Bedrijfshypotheek geldt. In dat artikel 4 is geregeld dat klanten het recht hebben om een lening boetevrij af te lossen als de bank gebruik maakt van haar recht om de opslagrente eenzijdig te wijzigen. Maar die enkele verwijzing naar artikel 4 is volgens de rechter onvoldoende om de bank in dit geval dan ook het recht te geven tot zo’n eenzijdige aanpassing van de renteopslag. Dat recht had de bank in de overeenkomst dus expliciet moeten bedingen.

Dat daarmee de verwijzing in artikel 2 naar artikel 4 van de algemene voorwaarden in feite zinloos is in deze overeenkomst (zoals de bank had aangevoerd) is op zich wel juist, maar dat komt doordat de bank gebruik maakt van standaarddocumenten die bedoeld zijn om in allerlei verschillende situaties te worden gebruikt. De bank moet de teveel betaalde renteopslagen dus aan de klanten terugbetalen.

Conclusie

Het gerechtshof wrijft het er flink in bij de bank. “Van ING mag worden verwacht dat zij zich rekenschap heeft gegeven van de door haar gekozen bewoordingen in de schriftelijke overeenkomsten en zij mag daarbij redelijkerwijs niet verwachten dat bij [de klant] een zodanige kennis aanwezig is van de gebruikelijke grondslagen waarop ING tot een vaststelling van de door haar aan haar klanten aangeboden rentetarieven komt dat zij, ook zonder dat dit uitdrukkelijk in de overeenkomst wordt vermeld, zouden moeten begrijpen dat ING zich in dit geval het recht voorbehield om eenzijdig en ongeclausuleerd de genoemde opslag te verhogen”.

De ING heeft bekendgemaakt dat er “nog enkele honderden klanten” zijn met eenzelfde contract en dat ze die zelf gaat benaderen. Maar mocht u zo’n lening zijn aangegaan kan het natuurlijk geen kwaad om er zelf even achteraan te gaan.