Bevoegdheid van de rechter bij consumentenovereenkomsten

10 december 2018

Bij overeenkomsten tussen partijen uit verschillende landen (‘internationale overeenkomsten’) is altijd extra aandacht vereist voor de vraag welk recht van toepassing is en welke rechter bevoegd is om over geschillen te oordelen. Dat geldt zeker ook als een ondernemer werkt in opdracht van consumenten. Dat dit niet altijd goed gaat, blijkt uit deze recente zaak bij het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch.

De kwestie

Het ging hier om een aannemingsovereenkomst voor verbouwingswerkzaamheden aan een woonhuis. Opdrachtgever was een Nederlandse particulier, het werk werd opgedragen aan een Belgische aannemer. Vanwege onenigheid over de uitvoering legde de Belgische aannemer het werk op een bepaald moment stil. De Nederlandse opdrachtgever startte vervolgens een kort geding bij de Voorzieningenrechter in de Rechtbank Limburg in Maastricht.

Bevoegdheidsbepaling in algemene voorwaarden

De Belgische aannemer wierp vervolgens het argument op dat de Nederlandse rechter niet bevoegd was. Hij had namelijk in zijn algemene voorwaarden (die door de opdrachtgever waren aanvaard en ondertekend) opgenomen dat uitsluitend de Belgische rechter bevoegd was om over geschillen te oordelen. De Nederlandse rechter volgde de Belgische aannemer daarin en verklaarde zich inderdaad onbevoegd.

Hoger beroep

De Nederlandse opdrachtgever ging daarop in hoger beroep bij het Gerechtshof in ‘s-Hertogenbosch. Met succes, want het Hof vernietigde de beslissing van de Maastrichtse kortgedingrechter.

Verordening Brussel Ibis

Het Hof wees daarbij op de Europese Verordening 1215/2012 (bekend als ‘Brussel Ibis’). Deze verordening kent een specifieke regeling voor de bevoegdheid van de rechter in consumentenovereenkomsten.

De regeling gaat over gevallen waarin een consument een overeenkomst sluit met een “persoon die commerciële of beroepsactiviteiten ontplooit in de lidstaat waar de consument woonplaats heeft, of dergelijke activiteiten met ongeacht welke middelen richt op die lidstaat, of op meerdere lidstaten met inbegrip van die lidstaat en de overeenkomst onder die activiteiten valt”.

Als dat het geval is heeft de consument steeds het recht om voor de rechter van zijn eigen woonland te procederen. Als de consument de procedure start, kan hij kiezen tussen de rechter van het land van de ondernemer of de rechter van zijn eigen woonland. Als de ondernemer de procedure start, kan hij dat alleen doen bij de rechter van het woonland van de consument.

Het Hof onderzocht of deze Belgische aannemer zijn activiteiten op de Nederlandse markt richtte. Dat was inderdaad het geval. Het Hof maakte dat op uit de website van de aannemer. Het ging om een Nederlandstalige website, waarop bovendien meerdere projecten in Nederland werden vermeld, die de aannemer had uitgevoerd.

De regeling voor consumenten uit het Brussel Ibis Verdrag was dus van toepassing. En daardoor mocht de Nederlandse opdrachtgever de Belgische aannemer voor de Nederlandse rechter dagvaarden, ondanks het beding in de algemene voorwaarden van de aannemer dat alleen de Belgische rechter bevoegd was.

Uitzondering

De Verordening kent een uitzondering op deze regel. Als ná het ontstaan van een geschil een overeenkomst wordt gesloten waarin een andere rechter dan die van het woonland van de consument bevoegd wordt verklaard om van het geschil kennis te nemen, dan is dat wel geldig.

Conclusie

Sluit u als ondernemer ook overeenkomsten met particulieren in andere Europese landen, wees dan alert op deze bevoegdheidsregeling.