Civielrechtelijk bestuursverbod

21 januari 2016

Tot grote ergernis van velen duiken duistere bestuurders van gefailleerde vennootschappen steeds weer op bij nieuwe vennootschappen. Niet gehinderd door de puinhopen die zij achter hebben gelaten timmeren zij weer vrolijk aan de weg bij de nieuwe vennootschap. Net zo makkelijk verlaten zij dat schip ook weer als het begint te branden om zo naar de volgende vennootschap te hoppen.Kan dat zo allemaal maar, luidt de veel gehoorde vraag.

Huidige situatie

Het stafrecht kent wel mogelijkheden daartegen op te treden maar daarvan wordt nauwelijks gebruik gemaakt door de beperktheid van mogelijkheden. Het civielrecht kent echter geen enkele mogelijkheid. Dat laatste vindt niet alleen u maar ook de wetgever onwenselijk is. Daarom ligt er nu een wetsvoorstel waarin wordt aangehaakt bij de Duitse en Angelsaksische rechtssystemen.

Het wetsvoorstel civielrechtelijk bestuursverbod

Er kan een bestuursverbod worden verzocht tegen een (voormalige) bestuurder. Daartoe dienen er tijdens of in de periode van 3 jaren voorafgaand aan het uitspreken van een faillissement van de rechtspersoon een of meer van de volgende situaties aan de orde zijn:

  1. Door de rechter is onherroepelijk is beslist dat de bestuurder voor zijn handelen of nalaten bij die rechtspersoon aansprakelijk is wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur als bedoeld in de artikel 138 of 248 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
  2. De bestuurder is via de rechtspersoon doelbewust betrokken geweest bij paulianeuze handelingen. Paulianeuze handelingen zijn handelingen waarbij in het zicht van een faillissement onttrekkingen aan de rechtspersoon hebben plaatsgevonden ten nadele van de crediteuren.
  3. De bestuurder weigerde halsstarriginformatie aan de curator te geven dan wel verleende die bestuurder zijn medewerking niet aan de curator.
  4. De bestuurder is tenminste tweemaal eerder betrokken geweest bij een faillissement van een rechtspersoon waarbij hem van die faillissementen persoonlijk een verwijt valt te maken.
  5. Aan de rechtspersoon waarvan hij bestuurder is werd definitief een fiscale vergrijpboete opgelegd. De fiscus legt vergrijpboetes op als de vennootschap opzettelijk dan wel door grove schuld niet of niet tijdig aangiftes heeft gedaan.

Wie kan dit vorderen bij de rechter?

Het civielrechtelijk bestuursverbod kan door de curator dan wel het Openbaar Ministerie worden gevraagd.

Hoe lang geldt het bestuursverbod en voor welke vennootschappen?

Het verbod heeft een looptijd van vijf jaar of zoveel korter als dat de rechter dat passend acht. Het geldt in beginsel voor alle rechtspersonen waarbij die bestuurder is aangesteld tenzij de rechter anders bepaald.

Tot slot

Als deze wet wordt ingevoerd, wordt het door de wetgever voor querulanten niet onmogelijk maar wel een stuk moeilijker gemaakt. Ook wordt met die wet een appèl gedaan op curatoren om op te treden. Dan valt er voor hen ook minder te klagen over het huidige stilzitten van het Openbaar Ministerie.