De taak van de curator bij vernietiging van een faillissement: waar ligt de grens?

17 mei 2018

De wettelijke taak van de curator bestaat uit: het beheer en de vereffening van de failliete boedel. Die taak van de curator is uitgebreid door de inwerkingtreding van de Wet versterking positie curator op 1 juli 2017. Zie daarvoor mijn blog van 13 juli 2017. In het faillissement behartigt de curator de belangen van de gezamenlijke schuldeisers. De vraag die opkomt is hoever de curator daarin moet gaan. Met andere woorden: hoever reikt de taak van de curator?

Recent voorbeeld

In een recent arrest oordeelde de Hoge Raad dat het bewerkstelligen van de vernietiging van het faillissement niet tot de taak van de curator behoort. Het is aan de schuldenaar zelf om die vernietiging desgewenst uit te lokken en daartoe de nodige actie onderneemt. Tot de taak van de curator behoort wel dat, indien door de schuldenaar een rechtsmiddel tegen de faillietverklaring wordt aangewend, hij de rechter informeert over de toestand van de boedel en dus onder meer inlichting geeft die van belang zijn voor de beoordeling of de schuldenaar al dan niet in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen.

Het volgende was – kort samengevat – aan de hand. In hoger beroep werd een faillissement alsnog vernietigd op de grond dat de failliet (inmiddels) met de aanvrager van het faillissement een regeling had getroffen. Het geld dat inmiddels in het faillissement werd vergaard was door de curator op een derdengeldrekening gestort. Er werd afgesproken dat de erkende crediteuren daarmee zouden worden voldaan.. Het bedrag zou daarnaast ruim voldoende zijn om zekerheid te stellen voor de betwiste crediteuren, alsmede de faillissementskosten. Door de curator werd met (de advocaat van) de failliete partij afgesproken dat deze uit de beschikbare gelden de erkende crediteuren zou betalen en met de betwiste crediteuren zou trachten een regeling te treffen.

Soortgelijke afspraken worden in de praktijk vaker gemaakt. Één crediteur, die uiteindelijk een rechtsgeldige vordering bleek te hebben, werd uiteindelijk niet betaald. Deze crediteur sprak vervolgens de curator aan. De crediteur verweet de curator kort gezegd dat deze er niet goed voor had gezorgd dat er voldoende gelden werden gereserveerd om ook deze crediteur na de vernietiging van het faillissement te kunnen voldoen.

In hoger beroep krijgt de crediteur aanvankelijk (deels) gelijk en wordt de curator door het hof veroordeeld tot het betalen van schadevergoeding. Volgens het hof had de curator de belangen van de schuldeisers dienen te behartigen door te verzekeren dat de gemaakte afspraken werden uitgevoerd. Het hof meent dat de curator dit onvoldoende heeft gedaan. De curator stelt daarop cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad oordeelt evenwel anders. De Hoge Raad oordeelt dat het niet op de weg van de curator ligt om in het hier aan de orde zijnde geval de belangen van de schuldeisers te behartigen door te verzekeren dat de schuldenaar zijn toezegging (dat hij zijn schuldeisers zal voldoen) ook daadwerkelijk uitvoert. Dat valt volgens de Hoge Raad buiten de taak van de curator die zoals gezegd bestaat uit het beheer en de vereffening van de failliete boedel. Wel kan het zo zijn dat de curator verwachtingen heeft gewekt of toezeggingen heeft gedaan aan een crediteur op grond waarvan hij jegens die crediteur aansprakelijk kan zijn. Dat was hier niet aan de orde.


Wilt u meer informatie over dit onderwerp, neemt u dan contact op met:

mr. M.J. (Maarten) Blommaert