Dubbele verkoop, zwart geld en andere perikelen

28 augustus 2018

In deze recente uitspraak van de Hoge Raad draaide het om de dubbele verkoop van een horecapand. Het pand was door de verkoper eerst voor €360.000 verkocht aan A en kort daarna nogmaals, maar voor nu een bedrag van €395.000, aan B. Het was duidelijk dat B wist dat het pand eerst aan A verkocht was, en dat hij de verkoper ertoe had bewogen om het toch aan hem te verkopen. B had de verkoper zelfs uitdrukkelijk gevrijwaard voor de claims die A zou kunnen instellen. Natuurlijk kwamen die claims ook.

Zwarte betaling

A vordert van de verkoper de contractuele boete van 25% van de koopsom (€ 90.000). De verkoper beroept zich dan op de door B gegeven vrijwaring; B moet dus de boete (die de verkoper aan A moet betalen) aan de verkoper vergoeden. Verder vordert A van B dat hij het perceel alsnog aan A moet leveren. B heeft het pand inmiddels gesloopt, daarvoor vordert A van B ook nog een schadevergoeding.

B staat er dus nogal gekleurd op. Maar dan voert B als verweer dat de eerste verkoop helemaal niet geldig was. Tussen de verkoper en A zou namelijk afgesproken zijn dat naast de € 360.000 ook nog een deel van de koopprijs ‘zwart’ zou worden betaald. Dat zou blijken uit een telefoongesprek met de koper, dat B heeft opgenomen. Daarin had de verkoper gezegd: “Kijk het is zo, hij heeft me 423 betaald, een deel aanbetaald en een lager bedrag op papier, dat heeft hij gedaan. Vervolgens uh uh uhm.. mijn risico is dat ik het verschil kwijt ben bij.. in een rechtszaak, maar wat ik hun wil voorstellen is nog iets anders.. want ik wil hen niet helemaal passeren uiteraard. Dat zou ik vervelend vinden.”

Dat verandert de zaak natuurlijk. Als inderdaad een zwarte betaling is afgesproken, maakt dat de koopovereenkomst tussen de verkoper en A nietig, en zou er voor B niets aan de hand zijn.

Waardering van het bewijs

Het Hof laat B toe om de afspraak te bewijzen. Daarvoor laat B diverse getuigen horen. Uiteindelijk stelt het Hof B echter toch in het ongelijk. Het Hof is van oordeel dat uit de getuigenverklaring niet blijkt dat er een zwarte betaling is overeengekomen.

B gaat in cassatie, omdat het Hof in de uitspraak niet heeft uitgelegd hoe het dan met die geluidsopname zit. De Hoge Raad is dat met B eens. Voorop staat dat het beoordelen van het bewijs is voorbehouden aan de feitenrechter. Die beoordeling kan de Hoge Raad in cassatie niet toetsen. Maar de Hoge Raad controleert wel of de motivering voldoende is. Het Hof dient daarom uit te leggen of de geluidsopname in het oordeel betrokken heeft, en waarom daarmee dan niet voldoende de zwarte betaling was aangetoond. Daarover had het Hof niets gezegd in de uitspraak, en daarmee is de uitspraak niet goed gemotiveerd.

Voordeelstoerekening

Er was nog een ander interessant punt aan de orde in cassatie. B had aangevoerd dat de contractuele boete van € 90.000 die A ontvangen had, in mindering moest worden gebracht op de schadevergoeding die hij aan A moest betalen. Daarvoor beriep B zich op ‘voordeelstoerekening’ (geregeld in artikel 6:100 BW). Dit houdt in dat als een gebeurtenis voor iemand zowel schade als voordeel oplevert, bij de vaststelling van de schadevergoeding rekening moet worden gehouden met dat voordeel, voor zover dat redelijk is.

Het Hof had B’s beroep op voordeelstoerekening afgewezen, omdat A de boete niet van B had ontvangen, maar van de verkoper. Die redenering is echter niet juist, oordeelde de Hoge Raad. Ook met een voordeel dat niet van de schadeplichtige (B) maar van een derde (de verkoper) is verkregen, moet rekening worden gehouden bij de vaststelling van de schadevergoeding.

Vervolg

Op deze gronden wordt de uitspraak van het Hof door de Hoge Raad vernietigd. De zaak moet nu opnieuw door een ander Hof worden beoordeeld. Daarmee krijgt deze onfrisse kwestie dus een nog een vervolg.