Faillissementsaanvraag en pluraliteit van schuldeisers bij overheidsinstanties

28 november 2018

Voor het aanwezig zijn van een faillissementstoestand is onder meer noodzakelijk dat er meerdere, dat wil zeggen: tenminste twee, schuldeisers zijn. Dit wordt ook wel het pluraliteitsvereiste genoemd. Die eis wordt gesteld omdat het faillissement ten doel heeft het vermogen van de schuldenaar te verdelen onder zijn gezamenlijke schuldeisers. Met dat doel strookt niet de faillietverklaring van iemand die slechts één schuldeiser heeft. Aan het de pluraliteitseis is niet voldaan als het gaat om vorderingen van dezelfde schuldeiser.

Recent voorbeeld

In een recent arrest van de Hoge Raad lag een vraag voor met betrekking tot vorderingen van verschillende overheidsinstanties. De Nederlandse staat had het faillissement aangevraagd van een vennootschap die én een bestuurlijke boete én een vordering van de Belastingdienst onbetaald liet. De rechtbank en het Hof wezen de faillissementsaanvraag af. Het Hof overweegt daarbij dat de ontvanger geen rechtspersoonlijkheid heeft, maar (slechts) een functionaris van de staat is. De faillissementscurator behoeft het vermogen van de schuldenaar niet te verdelen tussen de verschillende onderdelen van de staat. Een schuld aan de ontvanger is in wezen een schuld aan de staat.

De staat gaat daarop in cassatie bij de Hoge Raad. Ook daar vangt hij bot. De Hoge Raad overweegt dat vorderingen van organen en onderdelen van de staat die geen rechtspersoonlijkheid bezitten, zoals de ontvanger en de belastingdienst, voor de toepassing van de Faillissementswet hebben te gelden als vorderingen van een en dezelfde schuldeiser. Er is geen grond om hierop een uitzondering te maken voor organen of onderdelen van de staat die organisatorisch, budgettair of begrotingstechnisch in vergaande mate zelfstandig zijn. Een vordering van de belastingdienst kan dus niet dienen als steunvordering bij een faillissementsaanvraag van de staat voor het onbetaald blijven van een vordering van andere organen of onderdelen van de staat.

Conclusie

Ondanks diverse kritiek uit juridische kringen houdt de Hoge Raad vast aan het vereiste dat er bij een faillissementstoestand sprake moet zijn van tenminste twee schuldeisers, wil het faillissement kunnen worden uitgesproken. De praktijk en dus ook de staat zal het daarmee voorlopig moeten doen.

Wilt u meer informatie over dit onderwerp, neemt u dan contact op met:

mr. M.J. (Maarten) Blommaert