Financieringen bank en de lijken in de kast

23 maart 2015

U bent een succesvol ondernemer. U bent op overname pad maar dan wel zonder lijken in de kast. Een van deze sluimerende gevaren is de zogenaamde ‘hoofdelijke aansprakelijkheid’ en de ‘regresvordering’. Waar gaat het dan over?

Veelal vraagt de bank bij een financiering van diverse gelieerde vennootschappen dat al deze vennootschappen mee tekenen voor de gehele lening aan de groep van vennootschappen (ook al heeft iedere groep een eigen bankrekening).Vaak wordt dit een compte-joint financiering genoemd. In juridische termen worden dan alle bedrijfsonderdelen aangemerkt als ‘hoofdelijk schuldenaar’. Op basis van die afspraak kan dan iedere vennootschap voor de gehele vordering van de bank op de totale groep worden aangesproken. In de regel zal de bank natuurlijk kiezen voor dat onderdeel dat er financieel gezien het beste voorstaat. Nadat de gehele schuld bij die ene vennootschap is uitgewonnen door de bank heeft zij mogelijk meer betaald dan haar in haar relatie met de andere vennootschappen aanging. Want extern mag dan op basis van de hoofdelijkheid iedere vennootschap aansprakelijk zijn voor het geheel, hoe zij dan intern die pijn moeten delen is een andere vraag. Het recht op basis waarvan de betalende vennootschappen bij de ander kan terughalen wordt een ‘regresvordering’ genoemd.

Terugkomend op u als ondernemer die bedrijfsovernames verricht. Deze regresvordering kan ‘het lijk in de kast’ vormen dat u zo nadrukkelijk mogelijk probeert te vermijden. Want als u bijvoorbeeld aandelen in een vennootschap koopt die deel uitmaakt van zo’n groepsfinanciering blijft deze hoofdelijke aansprakelijkheid en de gevaren van een regresvordering bestaan tenzij u anders hebt afgesproken. Dan kan het dus zonder zo’n nadere afspraak gebeuren dat de bank bij die door u gekochte vennootschap op de stoep staat voor een schuld van de voormalige andere groepsmaatschappijen. Ook is denkbaar dat die andere groepsmaatschappijen, na de bank te hebben betaald, terecht betogen dat de door u gekochte vennootschap nog intern moet bijdragen. Dat kan zowel bij schulden die zijn ontstaan voor de aandelenoverdracht maar ook voor schulden die daarna zijn ontstaan. Daar hebt u dan het lijk te pakken.

Overigens kan dit u ook verrassen zonder overname maar in de veelvoorkomende situatie dat een van uw vennootschappen failliet gaat. Niet alleen kan dan de bank bij al uw vennootschappen aankloppen voor hun gehele vordering. Ook is het denkbaar dat de curator van de gefailleerde vennootschap bij de andere nog in tact zijnde vennootschappen aanklopt met de stelling dat die andere vennootschappen nog dienen te betalen vanwege de interne draagplicht.

Daar had u dan niet meer op gerekend. U kunt zich hiertegen wapenen door vooraf heldere afspraken te maken. Wel doen dan.