Franchise: prognoses als bananenschil

27 september 2017

Vóór het afsluiten van een franchiseovereenkomst wordt het rayon of vestigingsplaats van de nieuwe franchisenemer vaak in kaart gebracht in een marktonderzoek. Meestal gebeurt dat door of in opdracht van de franchisegever. De opgestelde prognose wordt aan de (beoogde) franchisenemer verstrekt zodat die een goed beeld heeft van zijn kansen. Maar helaas komen prognoses niet altijd uit, en daar gaat het in de praktijk nogal eens mis. De teleurgestelde franchisenemer verwijt dan de franchisegever dat die de zaken veel te rooskleurig heeft voorgesteld. De Hoge Raad heeft onlangs nog eens duidelijk uitgelegd hoe het risico van onjuiste franchiseprognoses verdeeld moet worden tussen franchisegever en franchisenemer.

De standaarduitspraak Paalman / Lampenier

In 2002 wees de Hoge Raad een arrest toe dat (tot nu toe) de standaard was in aansprakelijkheidskwesties over verkeerde franchiseprognoses. In die zaak ging het om het volgende. De franchiseketen Lampenier wilde een vestiging openen in Apeldoorn en zocht daarvoor een franchisenemer. Lampenier schakelde een extern bureau in om de mogelijkheden van de nieuwe vestigingen te onderzoeken. Dit leidde tot een vestigingsplaatsonderzoek, waarin prognoses waren opgenomen over de mogelijke omzetten van de nieuwe vestiging. Lampenier verstrekte dit rapport aan de kandidaat-franchisenemer, de heer Paalman. En deze besloot op basis van de (gunstige) prognoses in het rapport om met Lampenier een franchiseovereenkomst te sluiten.

Helaas bleven de resultaten van de nieuwe winkel echter van het begin af aan sterk achter bij de prognoses in het rapport. Dat leidde niet alleen tot een snel einde van de samenwerking tussen Lampenier en Paalman, maar ook tot een rechtszaak. Daarin claimde Paalman van Lampenier vergoeding van de schade die hij had geleden door de tegenvallende resultaten. Paalman verweet Lampenier dat zij hem een verkeerde voorstelling van zaken had gegeven door hem een rapport met (zoals achteraf bleek) veel te gunstige prognoses te verstrekken.

De zaak liep uiteindelijk niet goed voor Paalman af. De Hoge Raad bepaalde dat als de franchisegever wéét dat het rapport dat hij aan de franchisenemer verschaft, ernstige fouten bevat zonder hem daarop te wijzen, hij de schade die daardoor bij de franchisenemer ontstaat moet vergoeden. Maar in het geval van de Lampenier was niet gesteld of gebleken dat Lampenier wist dat er fouten in het rapport van het externe onderzoeksbureau stonden. Daarom werd de vordering van Paalman afgewezen.

2017, de zaak Street-One

Een vergelijkbare zaak die dit jaar bij de Hoge Raad kwam, greep de Hoge Raad aan om het beeld nog wat verder te verscherpen.

In deze zaak verstrekte het kledingconcern Street-One aan de beoogde franchisenemer vóór het sluiten van de franchiseovereenkomst prognoses, die zij zelf had opgesteld (dus niet – zoals bij Paalman/Lampenier – door een ingeschakeld extern bureau). Ook nu bleken de prognoses veel te rooskleurig. Bovendien kwam in de procedure vast te staan dat de prognoses die Street-One had opgesteld, op verkeerde uitgangspunten gebaseerd waren. Onder meer was men van een te groot winkeloppervlak uitgegaan. Hoewel Street-One daarvan op de hoogte was vóór het sluiten van de franchiseovereenkomst, liet men na om de franchisenemer daarop te wijzen. Ook paste men de prognoses niet aan. Dat brak de franchisegever uiteindelijk op.

In deze zaak ging het erom hoe hoog nu precies de drempel ligt voor aansprakelijkheid van de franchisegever voor onjuiste prognoses. De Hoge Raad greep de gelegenheid aan om dit te verduidelijken.

Hoe zit het nu precies?

Als de franchisegever (zoals in de zaak Paalman/Lampenier) het onderzoek en het opstellen van de prognose uitbesteedt aan een extern bureau, mag hij als regel op de juistheid van het rapport vertrouwen. Hij is pas aansprakelijk als hij weet dat het rapport ernstige fouten bevat en de franchisenemer daar toch niet op wijst.

Maar als de franchisegever (zoals in Street One) zelf de prognoses heeft opgesteld (of dit heeft opgedragen aan iemand voor wie hij verantwoordelijk is) kan hij ook al aansprakelijk zijn voor fouten in het rapport zonder dat de franchisegever (of de persoon voor wie hij aansprakelijk is) weet dat het rapport fouten bevat. Dat is het geval als onzorgvuldigheid van de franchisegever (of van de persoon voor wie hij aansprakelijk is) heeft geleid tot de fouten in het rapport.

Les voor de verstandige franchisegever / franchisenemer?

De franchisegever moet erg alert zijn op het verstrekken van prognoses. Er is – in het algemeen – geen verplichting om vooraf prognoses te verstrekken, maar als je het wel doet moeten ze wel kloppen. Zitten er toch fouten in, dan komt het erop aan wie het rapport gemaakt heeft en of de fouten aan de franchisegever bekend waren. Overigens kan de franchisegever zijn aansprakelijkheid nog vooraf inperken door hierover expliciete afspraken met de franchisenemer te maken.

Ook de (aankomende) franchisenemer moet erg kritisch omgaan met prognoserapporten. En ook van zijn kant zijn er (in elk geval in theorie) mogelijkheden om zijn positie op voorhand door goede afspraken in het contract te versterken.

In een volgende blog ga ik hier nog nader op in.