(H)eerlijke advocatuur

13 december 2017

Je komt ‘gezond’ op gesprek maar je vertrekt met een groot probleem. Er gaan vele vooroordelen de ronde wanneer we spreken over advocaten. Zei ik advocaten? Ik bedoel natuurlijk; oplichters, urenfokkers, graaiers en rupsjes nooit genoeg. Het vervelende van vooroordelen is dat het is terug te voeren tot incidenteel gebleken waarheden. Vervolgens gaan dwazen het veralgemeniseren en is het vooroordeel geboren.

Incidentele waarheden

De curator
Eerst even terug naar een voorbeeld incident. Zo schreef een curator per brief maar liefst 6 minuten. Het ging mis toen het om een standaard ontslagbrief bleek te gaan, die de curator naar honderden werknemers had verstuurd. De curator was daar zelf nauwelijks aan te pas gekomen en de secretaresse had dankzij het huidige computertijdperk in enkele uurtjes wat in elkaar geknutseld. Dat de curator hiervoor uiteindelijk het aantal ontslagbrieven x 6 minuten schreef leverde hem terecht ‘eeuwig ontslag’ op.

Moskowitz
Sommige leden van de clan Moskowitz weten zo ook hun jaarlijkse bijdrage te leveren aan de invulling voor verjaardag grappen. Zo voerde Bram M. vorig jaar tijdens een lezing het volgende excuus aan voor het niet behalen van de vereiste jaarlijkse opleidingspunten. Hij zou namelijk net voor aanvang van een cursus zijn gebeld door een juridisch hulpbehoevende vrouw. Daar kon hij natuurlijk geen nee tegen zeggen. Dat dit gesprek met deze dame ook enkele uren later had gekund, hij kantoorgenoten had kunnen inschakelen (en desnoods een andere cursus had kunnen bijwonen) ontbrak in het verhaal van deze kletsmeier.

De Groenteboer
Daarnaast is recent het boek ‘De Groenteboer’ van Hubert-Jan van Boxel verschenen. Dit is een talentvolle notaris die bij verschillende grote advocaten- en notariskantoren in de Randstad heeft gewerkt. Hij beschrijft in zijn boek de ongebreidelde hebzucht van bepaalde figuren uit de juridische wereld. Zij leggen ieder jaar weer een miljoen euro’s voor zichzelf onder de kerstboom. Dit glanzende kerstcadeau wordt volgens hem gedeeltelijk betaald uit het declareren van niet gemaakte tijd en het schrijven van hetzelfde uur aan twee verschillende klanten.

(H)eerlijke advocatuur

Maar wat maakt een advocaat tot iemand die niet aan dat vooroordeel voldoet? Het is wat FALCQ betreft iemand die oprechte belangstelling voor jou als klant heeft, iemand die je direct terugbelt, er voor gaat en je de weg wijst. Maar daarnaast ook iemand die je waarschuwt, terug fluit en zo nodig een alternatief voor houdt. Kortom hij is dus blij dat hij voor jou mag werken. Daar zit een prijs aan vast dat op uurbasis kan worden geregeld, maar ook op een andere wijze. Hij heeft wel ego, maar wordt daardoor niet gedreven en verkoopt dus ook soms ‘nee’. Hij herkent de nota ook al doet deze per definitie pijn. Het kan gaan om incidentele bijstand dan wel een langdurige samenwerking. Onderling vertrouwen en wederzijds respect loopt hier als een rode draad door heen.

Zonder een altruïst te zijn wordt de cliënt voorop gesteld. Dan komt het redelijke belang van de advocaat vanzelf op een natuurlijke wijze boven drijven. Dat is (h)eerlijke advocatuur.

Frank Linders