Help, ik heb varkens- en pluimveerechten!

06 juni 2017

Zonder productierechten is het niet toegestaan om bedrijfsmatig varkens dan wel pluimvee te houden. Die productierechten (varkensrechten dan wel pluimveerechten) worden verleend door het Ministerie en zijn gekoppeld aan het bedrijf (en niet de persoon). Hoe meer productierechten het bedrijf bezit, des te meer varkens en pluimvee kan worden gehouden. Volgens de Meststoffenwet kan dat recht aan een ander bedrijf worden overgedragen. Een crediteur van een bedrijf dat deze productierechten bezit, kan er beslag op leggen en het uitwinnen door het te verkopen. Met dat alles wordt duidelijk dat productierechten een marktwaarde bezitten. Het internet is daartoe een belangrijke marktplaats geworden. Het verhaal klinkt helder, maar ik stip toch drie valkuilen aan:

Valkuil 1: Productierechten zijn niet verpandbaar

Je zou verwachten dat je op die productierechten kunt financieren. Want als dat productierecht dan zo waardevol is voor het bedrijf van de agrariër, betrekt de financier dat bij zijn bereidheid om te lenen. Een voorwaarde vanuit die financier is dan natuurlijk wel dat de financier zich ook als eerste op die productierechten wil kunnen verhalen als het fout gaat. Dat zou dan kunnen met een pandrecht op die productierechten, zoals we ook pandrechten op de dieren zelf kunnen vestigen en een hypotheek op onder meer onroerende zaken. Deze denkwijze strandt op het gegeven dat de wet expliciet het vestigen van pandrechten op productierechten verbiedt. De wetgever had daarvoor een triviale beweegreden, maar een feit is dat dit er zo ligt.

Nu heeft de wetgever voor de financier een doekje voor het bloeden bedacht. De financier van het agrarisch bedrijf kan wel worden getipt als het bedrijf het Ministerie verzoekt productierechten aan een ander over te schrijven. Het gevolg van die tip is dat de overschrijving tijdelijk wordt opgeschort. De financier kan echter alleen vragen te worden getipt als hij een hypotheekrecht heeft op enig onroerend goed van dat bedrijf. Het lek in deze gammele wetgeving zit in het feit dat niet iedere financier van het bewuste bedrijf een hypotheek heeft op onroerende zaken, laat staan op onroerende zaken van hetzelfde bedrijf als die welke de productierechten bezit. En als hij daaraan al voldoet dient de financier binnen een betrekkelijk korte periode aan te tonen dat hij de notaris opdracht heeft gegeven de onroerende zaak te verkopen, anders vervalt de schorsing. Het effect van dit doekje voor het bloeden is dat productierechten veelal buiten de financier om worden verkocht en het agrarisch bedrijf zonder productierechten komt te zitten. Nu zijn er wel weer trucjes om dat doekje voor het bloeden te versterken maar het blijft allemaal lappenwerk.

Daarmee is ook gezegd dat in een faillissement van een agrarisch bedrijf met productierechten de curator een stevige vinger in de pap heeft bij het te gelde maken van productierechten. Immers zijn de productierechten niet belast met een pandrecht en het is daarmee niet de financier maar de curator die dit vrij actief te gelde maakt.

Valkuil 2: Productierechten zijn mogelijk niet te verhuren

In dat verband speelt er nog wat anders. Agrarische bedrijven die productierechten bezitten verhuren/leasen dit vaak aan derden, terwijl het agrarisch bedrijf de productierechten wel op eigen naam laat staan. Er bestaat discussie of dit wel kan en er zijn ook tegenstrijdige rechterlijke uitspraken hierover. Het antwoord op die vraag is van belang als het verhurende/verleasende bedrijf mocht failleren. Want als verhuur/lease zou mogen kan de curator van het verhurende/verleasende bedrijf de huur niet beëindigen (tenzij het contract daarin voorziet). Als verhuur/lease daarentegen niet is toegestaan heeft de curator met de verhuur/lease sowieso niets van doen en kan hij de productierechten te gelde maken zonder zich te bekommeren om de huurder/lessee.

Valkuil 3: Tenaamstelling productierechten bepaalt mogelijk wie eigenaar is

Omdat veelal wordt aangenomen dat verhuur/lease niet mogelijk is, wordt door het agrarisch bedrijf met de beoogd ‘huurder/lessor’ afgesproken dat de productierechten dan maar op naam van de ‘huurder/lessee’ wordt gesteld. Daarbij wordt dan de verplichting opgenomen voor de ‘huurder/lessee’ het weer terug over te schrijven op naam van het agrarisch bedrijf als de afgesproken periode is geëindigd. U voelt ‘m aankomen. Als de ‘huurder/lessor’ tussentijds failleert, voldoet de curator van deze ‘huurder/lessor’ daar op wettelijke gronden niet aan. Want de ‘huurder/lessor’ wordt mogelijk niet als ‘huurder/lessor’ aangemerkt, maar als eigenaar omdat de productierechten op zijn naam staan. Ik schrijf bewust ‘mogelijk’ omdat de literatuur en rechtspraak nog verdeeld zijn, maar de onzekerheid hierover een feit is.

Conclusie

Productierechten zijn voor de exploitatie van een bedrijf cruciale rechten. Het is jammer dat de wetgever zo veel onduidelijkheden heeft gecreëerd en de praktijk onnodig met onopgeloste vragen heeft opgezadeld. Daarmee is het oppassen geblazen voor alle betrokkenen en vooral bij een financieel dreigend debacle. Dat is dan ook een kwestie van vooraf goed nadenken over de opties en vormgeving als een kwestie van schakelen zodra het financieel lastig wordt.