Help, ik verzuip in mijn schulden!

13 september 2017


U heeft een besloten vennootschap met te veel schulden. Een faillissement of surseance van betaling is onvermijdelijk tenzij u met crediteuren tot een akkoord komt waarbij zij u een groot deel kwijtschelden. Dat laatste zou u graag willen, maar hoe pakt u dat aan?

Klassieke aanpak

Volgens de klassieke aanpak zou u dan alle crediteuren om toestemming dienen te vragen.Daartoe biedt u hen dan hetzelfde percentage aan en de fiscus het dubbele percentage. Deze eenvoud is ook de beperking. Want u dient dan van alle crediteuren instemming te krijgen. Als een van deze weigert of slechts akkoord zou willen gaan met een hoger percentage, hebt u daartoe niet de middelen dan wel dient u dat de overige crediteuren weer te melden. Zij zullen volgens ook om meer vragen. Zo bijt u zich steeds in uw eigen staart en creëert u een situatie waar u niet meer uit komt. Nu is er voor ondernemingen een wet in de maak die hierop een antwoord probeert te geven. Maar zover is het nog niet.

Praktische oplossingen

In de loop der jaren hebben rechters echter al praktischere oplossingen toegestaan dan de klassieke onwerkbare benadering.Hier volgen een aantal voorbeelden:

  1. Relatief kleine schulden worden integraal betaald. Dat schoont vaak op en brengt rust binnen uw onderneming
  2. U treft met een aantal grote schuldeisers een regeling. Die regeling kan afwijkend zijn voor de verschillende crediteuren. Zo kan een verschil in percentages aan de diverse crediteuren worden verklaard door het risico wat de crediteur daarbij voor de toekomst neemt. Denkbaar is dat iemand met een laag percentage direct het daarmee gemoeid bedrag ontvangt en iemand met een hoog percentage de betaling daarvan naar de verdere toekomst heeft verplaatst. In dat verband kan worden gedacht aan het afhankelijk stellen van een bepaald toekomstig resultaat van uw onderneming en/of via uitgifte van aandelen.
  3. Intercompany schulden worden niet of maar mondjesmaat terugbetaald. Want als u van uw externe crediteuren een offer vraagt, dan zal de groep van vennootschappen toch zelf de grootste veer moeten laten.
  4. De fiscus is hierin een lastige. Hij heeft beleidsregels opgesteld die nog steeds gebaseerd zijn op de hiervoor genoemde klassieke benadering.

Weigerachtige crediteur

Stel nu dat een crediteur hier dan desondanks nee tegen zegt. Kunt u hem dan dwingen daar alsnog mee akkoord te gaan? Ja dat kan. Toen een verhuurder van het toen nog niet failliete V&D weigerde in te stemmen met een door V&D voorgesteld lagere huur, startte de verhuurder een procedure. Daarin vroeg de verhuurder van V&D betaling van de gehele huur. De Hoge Raad oordeelde dat dit misbruik van de verhuurder kan opleveren. Of dat zo is hangt van de omstandigheden af. Feit is wel dat de Hoge Raad daarmee oordeelde dat waar niets is de keizer zijn recht verliest in het belang van het grotere geheel.

Tot slot

Tot die keizer behoort toch in de eerste plaats de fiscus zelf. Het is ook wachten tot een rechter de fiscus dwingt om in afwijking van zijn beleidsregels genoegen te nemen met een lager bedrag.