Hoe haal ik mijn eigendommen terug bij een faillissement?

09 oktober 2016

Uw afnemer betaalt niet en gaat failliet. U wilt uw zaken ophalen. Kan dat zomaar? Mag de curator daarvoor kosten in rekening brengen? En zou de curator deze niet betaalde zaken zelfs kunnen verkopen? Zomaar een paar vragen die bij leveranciers van failliete ondernemingen kunnen opkomen en die ook recent bij een aantal grotere (retail)faillissementen aan de orde waren. Ik kan u alvast verklappen dat het antwoord op die vragen niet zwart-wit is.

Eigendomsvoorbehoud in een faillissement

Eerder schreven wij over het eigendomsvoorbehoud: een veel voorkomende vaak in algemene voorwaarden opgenomen bepaling waarbij u zich het eigendom voorbehoudt van de door u geleverde producten totdat de door u verzonden facturen volledig zijn betaald. Hoewel een rechtsgeldig bedongen eigendomsvoorbehoud ‘faillissementsproof’ is, worden in een faillissement soms belemmeringen opgeworpen voor de eigenaar/leverancier die zijn eigendomsvoorbehoud wenst uit te oefenen en zijn zaken wenst op te halen. Wanneer bijvoorbeeld een afkoelingsperiode wordt afgekondigd, kunnen leveranciers die een eigendomsvoorbehoud hebben bedongen hun zaken gedurende deze afkoelingsperiode niet ophalen. De afkoelingsperiode strekt ertoe de curator tijd te geven om zich een oordeel te kunnen vormen over de boedel. De vraag rijst dan of de curator bevoegd is om in het kader van een (tijdelijke) voortzetting van de onderneming van de failliet de zaken die toebehoren aan deze leveranciers te verkopen.

Schadevergoeding voor verlies eigendommen

Daarover wordt verschillend gedacht. De curator dient bij de uitoefening van zijn taak steeds rekening te houden met verschillende, vaak tegenstrijdige belangen. De curator dient primair de boedel te beheren ten behoeve van de schuldeisers, maar hij dient ook rekening te houden met de belangen van de failliet en met derden, zoals leveranciers/eigenaren. Bovendien mag de curator rekening houden (en dit wordt ook van hem verwacht) met belangen van maatschappelijke aard, zoals de continuïteit van een onderneming en de werkgelegenheid. Deze belangenafweging kan ertoe leiden dat de curator tijdens de afkoelingsperiode zaken van derden mag verkopen. Dat betekent overigens niet dat de curator in zijn hoedanigheid daarmee direct rechtmatig handelt. Hij zal de betreffende derde-eigenaar van de zaken in beginsel schadeloos moeten stellen. Wat die schadevergoeding precies inhoudt, is echter niet altijd duidelijk en hangt af van de omstandigheden van het geval. Het verdient aanbeveling daarover op voorhand afspraken te maken.

Kosten

Wanneer de curator u in de gelegenheid stelt om de zaken te komen ophalen, rijst de vraag of de curator daarvoor kosten in rekening mag brengen. Bedacht moet worden dat de curator in de meeste gevallen kosten moet maken om de leverancier in staat te stellen zijn eigendomsrecht uit te oefenen. De curator zal bijvoorbeeld moeten onderzoeken of het eigendomsvoorbehoud geldig is overeengekomen, het eigendomsvoorbehoud inmiddels niet teniet is gegaan en waar deze zaken zich bevinden. Ook met de uitlevering van de onder eigendomsvoorbehoud geleverde zaken aan de leverancier/eigenaar kunnen kosten zijn gemoeid. Die kosten kunnen aanzienlijk zijn. In de – overwegend lagere – rechtspraak is wel aanvaard dat dergelijke kosten door de curator in rekening mogen worden gebracht aan de leverancier/eigenaar die de zaken opvordert. Een veelgebruikt argument daarvoor is dat die kosten uitsluitend zijn gemaakt ten behoeve van de eigenaar van de zaken en derhalve niet ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers. Het is dan redelijk deze kosten af te wentelen op de leverancier/eigenaar van de zaken, zo is de gedachte. Maar niet alle kosten die de curator maakt kan hij bij u in rekening brengen, al zal de curator dat soms wel proberen. Ook hier geldt de aanbeveling daarover van tevoren afspraken te maken.

Wilt u meer informatie over eigendomsvoorbehoud in faillissement, neemt u dan contact op met:

mr. M.J. (Maarten) Blommaert