Kan er beslag worden gelegd op een beroepsaanprakelijkheidsverzekering?

09 augustus 2017


Veel bestuurders zijn verzekerd voor bestuurdersaansprakelijkheid middels een zogenaamde ‘BCA verzekering’ (Bestuurders en Commissarissen Aansprakelijkheidsverzekering). Ook vrije beroepsbeoefenaars (zoals: accountants, advocaten en notarissen) zijn doorgaans verzekerd voor in het kader van hun werkzaamheden gemaakte (beroeps)fouten. Deze verzekering, althans de uitkering uit hoofde van die verzekering, is in veel gevallen voor schuldeisers de voornaamste vorm van verhaal voor hun schadevergoedingsvordering. De vraag is dan ook of op deze (bestuurdersaansprakelijkheids-)verzekering beslag kan worden gelegd.

BCA verzekering

Een moeilijkheid daarbij is dat een BCA polis vaak dekking biedt voor (1) de te betalen schadevergoeding en (2) de kosten die de bestuurder moeten maken voor het verweer tegen de schadevergoedingsclaim van de schuldeiser. In de polis wordt echter doorgaans geen onderscheid gemaakt tussen deze twee vergoedingen. Daarin staat slechts vermeld tegen welk maximumbedrag er is verzekerd. Een beslag op de (toekomstige) verzekeringsuitkering zal er dus toe leiden dat de bestuurder etc. ernstig bemoeilijkt wordt in zijn verweer. Dit beslag blokkeert immer de volledige uitkering , omdat de aangesproken bestuurder de kosten van rechtsbijstand daaruit niet kan betalen. Dit wordt door sommige auteurs als dermate bezwarend gezien dat zij er voor pleiten dat een BCA verzekering niet voor beslag vatbaar is

In de praktijk

De praktijk leert echter anders. De huidige lijn in de rechtspraak is dat de voorzieningenrechter steeds een belangenafweging maakt. Het belang van de beslaglegger/schuldeiser wordt dan afgewogen tegen het beslag van de bestuurder. In de praktijk zie je vaak dat de voorzieningenrechter beslist dat een deel van het beslag mag worden gelegd (c.q. blijft liggen) en een ander deel, dat benodigd is voor het maken van (proces)kosten, niet (c.q. wordt vrijgegeven). Zo nodig dient de bestuurder dan maar telkens een nieuw verzoek in te dienen om een (aanvullend) deel van het beslag op te heffen, zodat hij het door hem te voeren verweer kan bekostigen

Uitspraak het Hof

In een recent arrest bevestigt het Hof Amsterdam deze lijn. Het hof overweegt: ”dat aan het feit dat de onderhavige verzekering er mede toe strekt om in voormelde zin verweer mogelijk te maken niet de consequentie kan worden verbonden dat de vordering van [geïntimeerden] op NN naar zijn aard in het geheel niet voor beslag vatbaar is en het beslag reeds om die reden moet worden opgeheven. Wel brengt het karakter van een verzekering als de onderhavige en het (zwaarwegende) belang van [geïntimeerden] om zich te kunnen verweren tegen aanspraken op grond van hen verweten beroepsfouten – waaronder, in het onderhavige geval, die van curatoren – mee dat de blokkerende werking van het beslag in zoverre dient te worden beperkt dat het beslag slechts dat deel van het verzekerd bedrag treft dat niet behoeft te worden aangewend om daarmee de kosten van verweer en rechtsbijstand in de in de polis bedoelde zin te bestrijden. De voorzieningenrechter heeft in dit verband terecht overwogen dat het belang dat de curatoren hebben bij het zekerstellen van verhaal niet opweegt tegen het belang van [geïntimeerden] om op de wijze als in de verzekeringsovereenkomst voorzien verweer te kunnen voeren en dat het beslag dit laatste niet mag bemoeilijken/verhinderen”.

Kijkend naar deze belangenafweging zullen zowel de beslaglegger/schuldeiser als de uitkeringsgerechtigde hun verzoek om het beslag al dan niet te mogen leggen c.q. te handhaven goed dienen te motiveren.


Wilt u meer informatie over dit onderwerp, neem dan contact op met:

mr. M.J. (Maarten) Blommaert