Mag ik even je aanhanger lenen?

27 oktober 2017

Ik leen regelmatig spullen van of aan familie, buren of vrienden. Een greep uit de afgelopen maanden: een oestertang, een elektrische snoeischaar, een vleessnijmachine, tuinstoelen, een Renault Espace (voor de verhuizing van een van onze studerende kinderen), een paar ski’s en zo kan ik nog wel even doorgaan. U herkent het vast wel. We bezorgen de geleende spullen natuurlijk netjes schoongemaakt weer terug, eventueel een bloemetje of een wijntje erbij voor de moeite, en klaar is kees. Maar in sommige gevallen loopt het niet zo goed af. In deze zaak moest zelfs de Hoge Raad eraan te pas komen.

Bruikleen

In juridische termen gaat het in zulke gevallen om ‘bruikleen’. De wettelijke regeling van bruikleen stamt nog uit lang vervlogen tijden: Bruikleening is eene overeenkomst, waarbij de eene partij aan de andere eene zaak om niet ten gebruike geeft, onder voorwaarde dat degene die deze zaak ontvangt, dezelve, na daarvan gebruik te hebben gemaakt, of na eenen bepaalden tijd, zal terug geven (artikel 7A:1777 BW).

De bruiklener heeft twee hoofdverplichtingen: Hij moet netjes met de geleende spullen omgaan (“als een goed huisvader voor de bewaring en het behoud van de geleende zaak zorgen”) en hij moet ze na gebruik teruggeven. Daarnaast geldt nog dat hij de geleende zaak niet voor iets anders mag gebruiken dan waarvoor ze bedoeld is.

De casus

Het is 17 augustus 2011. Vader helpt zoon met een verhuizing in het centrum van Nijmegen. Daarvoor heeft vader van een oom een aanhangwagen geleend. Omdat er bij de verhuislocatie niet geparkeerd kan worden, wordt de aanhanger na het uitladen van de spullen op een openbaar parkeerterrein gezet en afgesloten met het disselslot. Volgens de uitspraak is de parkeerplaats omgeven door woningen en passeren er veel fietsers en voetgangers. Toch blijkt de aanhanger te zijn gestolen, als vader en zoon na anderhalf uur terugkomen.

Vader wil natuurlijk geen scheve gezichten binnen de familie. Hij stelt zijn oom schadeloos en claimt het bedrag bij zijn aansprakelijkheidsverzekeraar. Maar die weigert uit te keren. Volgens de verzekering was vader niet aansprakelijk voor de schade van oom en had hij de schade dus niet hoeven te vergoeden.

De procedure

Daar kan vader zich niet in vinden en hij maakt er een zaak van. Maar zonder succes. De kantonrechter wijst zijn vordering tegen de verzekeraar af, en in hoger beroep krijgt hij ook bij het gerechtshof nul op het rekest. Bij de vraag of vader als een ‘goed huisvader’ voor de aanhanger gezorgd heeft, oordeelt het hof dat er geen onverantwoord groot risico is genomen. Door het slot te gebruiken en de aanhanger niet onnodig lang te laten staan op het parkeerterrein, heeft vader volgens het hof alle maatregelen genomen om diefstal te voorkomen die redelijkerwijs van hem konden worden verlangd. Hem valt dus in juridische zin niets te verwijten, en daarom had hij ook geen schadevergoeding aan zijn oom hoeven te betalen.

Vader gaat in cassatie bij de Hoge Raad. Daar voert hij aan dat het hof zwaardere eisen aan de zorgplicht van een bruiklener (vader zelf dus!) had moeten stellen. Het hof had aan de zorgplicht van de bruiklener de eis moeten stellen dat hij “alles moet doen wat menselijkerwijs mogelijk is om verlies of beschadiging van de in bruikleen ontvangen zaak te voorkomen”.

Maar de Hoge Raad gaat daar niet in mee. De zorgplicht van een ‘goed huisvader’ hangt af van de concrete omstandigheden van het geval en van de redelijkheid en billijkheid. De Hoge Raad kan zich vinden in de formulering van het criterium en in de afweging van het gerechtshof en laat de beslissing in stand.

Wat leren we hieruit?

Wees je ervan bewust dat je een risico neemt als je spullen leent of uitleent. Als er iets mee gebeurt, zonder dat dat verwijtbaar is aan degene aan wie je iets uitleent, kun je als uitlener zelf met de schade blijven zitten. Misschien wordt de schade door je eigen verzekering gedekt, maar dat zal lang niet altijd het geval zijn. Valt er iets op te bedenken? Ja, althans in theorie wel. Oom had vooraf met zijn neef kunnen afspreken (en schriftelijk vastleggen) dat als er schade aan de aanhanger zou ontstaan, de neef daarvan te allen tijde het risico zou dragen, ongeacht of hem van de schade een verwijt te maken zou zijn. Dan had de verzekeraar waarschijnlijk wel moeten uitkeren. Maar dat zie ik in de praktijk nog niet zo snel gebeuren.