Omzetting faillissement in wsnp: beproeven schuldregeling niet nodig

18 april 2017

De Hoge Raad komt in zijn arrest van 14 april 2017 terug op een door hem eerder gegeven beslissing. Voor omzetting van een faillissement in een schuldsaneringsregeling is het niet nodig dat een buitengerechtelijke schuldregeling wordt beproefd.

Een persoon die failliet is, kan onder omstandigheden alsnog een verzoek doen om te mogen worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (wsnp). De faillissementswet kent de mogelijkheid om een omzettingsverzoek te doen wanneer, kort gezegd, het niet aan gefailleerde is te wijten dat een dergelijk verzoek door hem niet eerder is gedaan of wanneer het faillissement werd uitgesproken op eigen aangifte.

Een van de belangrijkste voorwaarde bij een wsnp verzoek is het overleggen van ‘een met redenen omklede verklaring dat er geen reële mogelijkheden zijn om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen, alsmede over welke aflossingsmogelijkheden de verzoeker beschikt’. Dit geldt ook voor een verzoek tot omzetting van een faillissement in een schuldsaneringsregeling. Deze verklaring wordt in de praktijk vaak afgegeven door de gemeentelijke kredietbank of een andere door de gemeente aangewezen instantie.

In 2015 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat bij een omzettingsverzoek aan deze eis kan worden voldaan door bij het verzoek een verklaring van de curator te voegen waarin wordt vermeld dat de curator heeft onderzocht of de gefailleerde aan zijn gezamenlijke schuldeisers een akkoord (in de zin van de faillissementswet) kan aanbieden én dat er geen mogelijkheden zijn om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen.

Van dat laatste komt de Hoge Raad nu terug. De toevoeging betreffende een buitengerechtelijke schuldregeling berust volgens de Hoge Raad “op een misverstand”. Voldoende is dat de curator heeft onderzocht of de gefailleerde aan zijn gezamenlijke schuldeisers een faillissementsakkoord kan aanbieden, aldus de Hoge Raad.