Oorzakenonderzoek door curator in faillissement en de rol van de accountant

22 mei 2017

Een curator doet onderzoek naar de oorzaken van het faillissement. Daarnaast onderzoekt de curator of de administratie voldoet aan de daaraan te stellen eisen en kijkt tevens naar andere onregelmatigheden. Bij zijn (oorzaken)onderzoek schakelt de curator vaak hulp in van een (forensisch) accountant

Rapport accountant als basis voor aansprakelijkstelling

Vaak wordt het onderzoeksrapport van de accountant door de curator gebruikt om de bestuurder(s) van de gefailleerde aansprakelijk te stellen voor het faillissementstekort of voor andere schade. Dit onderzoeksrapport vormt in veel gevallen de belangrijkste en in sommige gevallen zelfs de enige basis voor de gestelde bestuurdersaansprakelijkheid. Één van de vragen die dan rijst is hoe de accountant bij zijn onderzoek dient te handelen. Wanneer is de accountant aansprakelijk jegens de personen die onderwerp zijn van het onderzoek (zoals bestuurders en commissarissen) die daardoor (achteraf bezien) schade lijden?

Deze vraag is niet gemakkelijk te beantwoorden. Dat komt in de eerste plaats omdat het voor de accountant niet altijd duidelijk is welke (beroeps)regels van toepassing zijn op het in opdracht van de curator uit te voeren onderzoek. Accountants zijn net als advocaten en notarissen onderworpen aan tuchtrechtspraak. Ook de accountant die in opdracht van een curator onderzoek doet naar bijvoorbeeld de administratie of de oorzaken van het faillissement, is onderworpen aan het accountantstuchtrecht. Een accountant die tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld, is echter niet automatisch ook in civielrechtelijke zin aansprakelijk. Het oordeel van de tuchtrechter kan bij die vraag wel een rol spelen, maar zeker niet doorslaggevend.

Rechtspraak

Illustratief volgt hier een recente uitspraak van de Rechtbank Limburg. Kort samengevat speelde het volgende: de curator geeft aan een accountant opdracht om in concernverband onderzoek te doen naar (de rechtmatigheid van) de verdeling van kosten en baten onderling. De accountant rapporteert tussentijds aan de curator en de curator leidt vragen vervolgens door aan de bestuurder. De curator gebruikt het onderzoeksrapport van de accountant vervolgens om de bestuurder persoonlijk aansprakelijk te stellen voor het faillissementstekort. Gesteund door een andere accountant verweert de bestuurder zich tegen de aantijgingen van de curator. Dat weerhoudt de curator er echter niet van om vervolgens een procedure te starten tegen de bestuurder. De curator verliest die procedure echter (zowel in eerste aanleg als in hoger beroep). De bestuurder laat het er niet bij zitten en spreekt daarop zowel de curator als de accountant aan voor de door hem geleden schade (proceskosten en immateriële schade). Daarnaast dient de bestuurder een tuchtklacht in tegen de desbetreffende accountant. De tuchtrechter oordeelt (zowel in eerste aanleg als in hoger beroep) dat de betrokken accountant bij zijn onderzoek ten onrechte geen hoor en wederhoor heeft toegepast en het rapport daardoor een deugdelijke grondslag ontbeert. Dat de accountant anderszins ondermaats werk heeft geleverd of niet onpartijdig is geweest is evenwel niet gebleken volgens de tuchtrechter.

Met betrekking tot de civielrechtelijke aansprakelijkheid oordeelt de Rechtbank voor zover hier van belang vervolgens als volgt: “Van alle weren die [de accountant] heeft aangevoerd acht de rechtbank doorslaggevend dat [de accountant] in opdracht van de curator en niet in opdracht van [eisers] een onderzoek heeft verricht naar de administraties van de genoemde faillieten en dat [de accountant] zijn bevindingen ook heeft gerapporteerd aan de curator. [de accountant] heeft niet gehandeld in een accountant-cliëntrelatie met [eisers]. Het rapport van [de accountant] van 11 december 2003 ontbeert kennelijk een voldoende onderbouwing van de bevindingen van [de accountant] over het handelen van [eisers], doordat hij [eisers] daarover niet had gehoord, doch dat maakt niet dat [de accountant] reeds daardoor onzorgvuldig jegens [eisers] (zijnde derden) zou hebben gehandeld. Van schending van een civielrechtelijke zorgvuldigheidsnorm die [de accountant] jegens [eisers] in acht had moeten nemen is niet gebleken.

De rechtbank neemt bij het oordeel in aanmerking dat niet is gesteld of gebleken dat de accountant er überhaupt rekening mee moest houden dat de curator enkel en alleen op basis van het accountantsrapport de bestuurder zou dagvaarden. De accountant heeft dat door zijn rapport ook niet geïnitieerd. De bestuurder in kwestie heeft voorts onvoldoende betwist dat de curator in deze een eigen afweging heeft gemaakt.

Naar aanleiding van deze en andere uitspraken wordt in de literatuur wel gepleit voor meer uniforme richtlijnen voor de curator om het oorzakenonderzoek in te richten en toe te passen.

Conclusie

De vraag hoe een accountant moet handelen wanneer hij in opdracht van de curator onderzoek verricht in het kader van het faillissement is niet altijd eenvoudig te beantwoorden. Dit hangt mede af van de inhoud van die opdracht. De vraag of een accountant ook aansprakelijk is jegens derden die onderwerp van dat onderzoek zijn (en daardoor schade lijden), hangt af van de vraag of de accountant een zorgvuldigheidsnorm heeft geschonden die hij jegens die derde in acht had moeten nemen. Relevant – maar kennelijk niet doorslaggevend – is de vraag of de accountant, wanneer het onderzoek c.q. de daarop van toepassing zijnde regelgeving daarom vraagt, hoor en wederhoor heeft toegepast. Ook de kwaliteit van het rapport is relevant. Daarnaast lijkt relevant of de betrokken accountant heeft moeten begrijpen dat de curator bij zijn afweging om een bestuurder te dagvaarden enkel en alleen zou afgaan op het accountantsrapport.

Wilt u meer informatie, neemt u dan contact op met: mr. M.J. (Maarten) Blommaert