Ophef over de 403-verklaring

21 februari 2018

Shell en de ‘403’

Recent berichtte de media over het intrekken door Shell van de zogenoemde ‘403-verklaring’ voor haar dochter, de NAM. Er was hierover behoorlijk wat ophef ontstaan. Kennelijk wenste Shell niet (langer) aansprakelijk te zijn voor door de NAM veroorzaakte aardbevingsschade. Geschrokken door alle commotie berichtte Shell dat zij dit zo niet had bedoeld en dat zij wel degelijk garant zou staan voor de NAM. De 403-verklaring zou vooral om boekhoudkundige redenen zijn ingetrokken: Shell wilde meer financiële transparantie geven. Dit door de NAM afzonderlijke jaarcijfers te laten publiceren. In deze blog leest u hoe dat precies zit en wat een 403-verklaring inhoudt.

De groepsvrijstelling

Een groep van vennootschappen kan gebruik maken van de ‘groepsvrijstelling’, ook wel ‘jaarrekeningvrijstelling’ genoemd. Dit houdt kort gezegd in dat een tot een groep behorende vennootschap, wanneer zij aan een aantal wettelijk voorwaarden voldoet, geen aparte jaarcijfers hoeft te publiceren. Daarvoor kunnen allerlei redenen zijn. Men denke aan kostenoverwegingen of concurrentieoverwegingen (men wil niet teveel financiële details over de afzonderlijk groepsvennootschappen prijsgeven). De vennootschap die aan het hoofd van de groep staat, publiceert dan een geconsolideerde jaarrekening waarin de financiële gegevens van de andere groepsvennootschappen worden opgenomen en samengevoegd. Dit is minder transparant.

Een andere belangrijk voorwaarde is dat dit groepshoofd zich hoofdelijk aansprakelijk stelt voor de uit rechtshandelingen voorvloeiende schulden van de betreffende groepsvennootschap. Daarvoor deponeert zij een verklaring met die strekking in het handelsregister. Deze verklaring wordt ook wel de 403-verklaring genoemd, naar het artikel in de wet waarin de groepsvrijstellingsregeling is opgenomen (art. 2:403 BW). De functie van deze aansprakelijkheidsverklaring is compensatie bieden voor het gemis van een afzonderlijke vennootschappelijke jaarrekening. Crediteuren hebben dan immers minder inzicht in de financiële positie van die vennootschap. Ik merk op dat in de rechtspraak en in de literatuur veel discussie bestaat over de reikwijdte van de 403-verklaring.

Contractuele aansprakelijkheid

Belangrijk om te weten is dat de 403-verklaring slechts contractuele aansprakelijkheid dekt (zie hiervoor). Dat wil zeggen; een verdergaande aansprakelijkstelling is niet noodzakelijk en in de praktijk gebeurt dit ook niet. Voor zover de NAM derhalve op grond van de wet aansprakelijk zou zijn om de schade die door aardgaswinning is ontstaan te vergoeden, is Shell daarvoor niet automatisch mede aansprakelijk. Op grond van de door Shell afgegeven 403-verklaring ontstaat die aansprakelijkheid pas op het moment dat de NAM overeenkomsten aangaat met gedupeerden waarin zij toezegt dat zij de schade zal vergoeden. Dergelijke overeenkomsten lijken, als ik afga op de media, tot nu toe niet voor substantiële bedragen te zijn gesloten. Dit is dan ook waarschijnlijk de werkelijke reden geweest dat Shell de 403-verklaring voor de NAM heeft ingetrokken. Shell doet dit dan uit voorzorg. Die verdenking laadt zij in ieder geval op zich.

Overblijvende aansprakelijkheid

Tot slot is het zo dat na het intrekken van de aansprakelijkheidsverklaring niettemin aansprakelijkheid blijft bestaan voor contractuele schulden van vóór de intrekking. Om ook deze ‘overblijvende aansprakelijkheid’ te beëindigen hanteert de wet een aparte regeling. Crediteuren kunnen daartegen bovendien bezwaar maken. Indien en voor zover Shell dus al aansprakelijk zou zijn op grond van de eerder door haar afgegeven 403-verklaring voor dochter NAM, dan helpt intrekking van deze 403-verklaring niet om die aansprakelijkheid te beëindigen. Voor een uitgebreide toelichting over de beëindiging van 403-aansprakelijkheid verwijs ik naar een eerdere publicatie van mij.


Wilt u meer informatie over dit onderwerp, neemt u dan contact op met:

mr. M.J. (Maarten) Blommaert