Opheffen van een vennootschap door middel van turboliquidatie

06 december 2016

Steeds meer vennootschappen en andere rechtspersonen heffen zichzelf op door middel van een zogeheten ‘turboliquidatie’: indien een vennootschap geen baten (bezittingen) meer heeft, dan kunnen haar aandeelhouders besluiten dat de vennootschap wordt ontbonden en dan blijft vereffening achterwege. Er valt immers niets te vereffenen als er geen baten zijn. De vennootschap houdt dan op te bestaan.

Omstreden

Turboliquidatie wordt vaak gezien als alternatief voor een faillissement, maar is ook omstreden. Onlangs publiceerde ik een artikel over dit onderwerp. Omdat een turboliquidatie niet of nauwelijks met waarborgen is omkleed, bestaat het vermoeden dat fraudeurs in toenemende mate overstappen van klassieke faillissementsfraude naar turboliquidaties. Dit wordt versterkt door het feit dat ons hoogste rechtscollege, de Hoge Raad, vorig jaar met zoveel woorden heeft beslist dat ook vennootschappen die uitsluitend schulden hebben, zich op deze wijze mogen opheffen.

Bestuurders en schuldeisers

Bestuurders van vennootschappen met schulden lopen in veel gevallen aanzienlijk minder risico aansprakelijk te worden gesteld wanneer zij kiezen voor de route van turboliquidatie. Dat komt in de eerste plaats omdat zij, anders dan bij een faillissement, niet geconfronteerd worden met een curator die onderzoek doet naar de oorzaken van het faillissement en het door de bestuurder gevoerde beleid.

Dat heeft natuurlijk ook een keerzijde. Schuldeisers/leveranciers van een vennootschap die door turboliquidatie is beëindigd, hebben in veel gevallen weinig reële mogelijkheden om een bestuurder en/of aandeelhouder aansprakelijk te stellen. Zij weten vaak überhaupt niet dat de vennootschap is opgeheven. Zij hebben bovendien maar weinig effectieve mogelijkheden om na te gaan of een vereffening van de ontbonden vennootschap terecht achterwege is gebleven. Er zijn echter ook uitzonderingen en dit hangt af van de omstandigheden per geval.

Onderzoek

Het ministerie van Veiligheid en Justitie en dat van Economische zaken onderzoeken samen met de Belastingdienst en de Kamer van Koophandel of een wetswijziging nodig is tegen een (mogelijke) vorm van fraude met bv’s die via turboliquidatie worden opgeheven, zo viel onlangs in het Financieel Dagblad te lezen.