Pas op met contractuele boetes

20 november 2014

Boetebedingen komen in vrijwel alle zakelijke contracten voor. Ze worden meestal gebruikt om een verbod op bepaalde handelingen kracht bij te zetten (“bij schending van het concurrentiebeding verbeurt de werknemer een boete van € 10.000”), of om discussies achteraf over de hoogte van schade te voorkomen (“Bij te late levering verbeurt de leverancier een boete van € 250 per dag”). Vaak wordt over de hoogte van boetes niet of nauwelijks onderhandeld, vanuit de gedachte dat het niet tot boetes komt als het contract netjes wordt nagekomen. Of omdat wordt aangenomen dat het in de praktijk niet zo’n vaart zal lopen met het innen van de boete.

Toch is er alle reden om alert te zijn bij het contracteren over boetes. Er zitten namelijk wel een aantal valkuilen in de wettelijke regeling over het boetebeding die voor verrassingen kunnen zorgen. Zo bepaalt de wet dat geen nakoming kan worden gevorderd zowel van het boetebeding als van de verbintenis waaraan het boetebeding verbonden is. Verder regelt de wet dat de boete in de plaats treedt van schadevergoeding. Dat houdt in dat de boete niet ‘bovenop’ de prestatie komt waarop je volgens het contract recht hebt, maar ervoor in de plaats treedt.

Een voorbeeld maakt het duidelijk. Climacontrol levert en installeert airco-installaties. Jansen Technics levert onderdelen voor airco’s. In verband met een groot nieuwbouwproject vraagt Climacontrol bij Jansen een offerte voor de levering van een grote partij onderdelen. Jansen biedt deze aan voor € 250.000. In de leveringsvoorwaarden van Jansen staat dat zij bij overschrijding van de levertermijn een boete verschuldigd is van 0,2% van het factuurbedrag met een maximum van 5% van het factuurbedrag. Climacontrol leest de leveringsvoorwaarden van Jansen en denkt “nou, best netjes dat ze daar zelf al mee komen”, en accepteert de offerte. Jansen levert vervolgens de onderdelen veel te laat. Climacontrol kan daardoor de airco-installatie niet op tijd leveren waardoor het hele project te laat wordt opgeleverd. De opdrachtgever verhaalt de volledige schade van € 1 miljoen op Climacontrol.

Climacontrol vordert vervolgens van Jansen behalve levering van de onderdelen ook betaling van de contractuele boete én vergoeding van schade voor zover die groter is dan de boete. De oorzaak van de te late oplevering ligt immers bij Jansen.

Dit loopt voor Climacontrol slecht af. Jansen kan zich erop beroepen dat Climacontrol niet én de boete kan vorderen én nakoming van de leveringsverplichting. Dat staat immers zo in de wet. Nu Climacontrol de boete claimt, kan ze niet ook nog nakoming verlangen. Bovendien treedt de boete volgens de wet in de plaats van schadevergoeding. Jansen hoeft dus maar € 10.000 aan Climacontrol te vergoeden (het maximum van de afgesproken boete). De rest van de schade blijft voor rekening van Climacontrol.

Climacontrol had dit vrij eenvoudig kunnen voorkomen door in het contract op te nemen dat de boete kan worden gevorderd naast (en dus niet in plaats van) nakoming, en dat er schadevergoeding kan worden gevorderd voor zover de schade groter is dan de boete. Dat is mogelijk. De hiervoor genoemde wettelijke regels zijn namelijk van ‘regelend recht’. Dat wil zeggen dat je daar contractueel van kunt afwijken. Dat gebeurt overigens ook op grote schaal.

Uit de grote hoeveelheid rechtspraak over boetebedingen blijkt dat het nogal eens misgaat op dit vlak. Alle reden dus voor oplettendheid bij het onderhandelen over een contractuele boete.