Rupsje nooit-genoeg

18 oktober 2018

Banken vragen voor financieringen rentevergoedingen. Daar is niets mis mee. In het zich hiervoor doende geval wilde de bank echter nog veel meer. Het Gerechtshof gaf de bank daarvoor ongenadig op haar donder. Wat was het geval?


De verschillende bv’s verkeren in financiële problemen. Gaandeweg verhoogt de Rabobank de lening van de groep van € 50 miljoen met € 7,5 miljoen. Toen het wel heel spannend werd verstrekte zij nog eens (samen met anderen) € 20 miljoen. Als tegenprestatie voor die verhogingen bedong de Rabobank, naast de verplichting tot terugbetalen van het geleende bedrag een rente van 5,7%:

a. handhaving van de in 2007 opgelegde kostbare renteswap

b. € 6 miljoen als deel van de opbrengst van beoogde verkoop van bedrijfsonderdelen (= equity kicker)

c. € 2 miljoen fee voor de geleende € 7,5 miljoen en 5,6 miljoen vergoeding voor het aandeel in de extra geleende € 20 miljoen.

d. 60% van de certificaten tegen € 1,=

e. aanvullende borgtocht van de certificaathouders


Vervolg

Uiteindelijk gaan diverse bv’s failliet en stort de groep in elkaar. De Rabobank eist vervolgens de aandelen/certificaten voor € 1,= op. Daarop reageren de Stichting en certificaathouders dat de bank haar zorgverplichtingen heeft geschonden en onrechtmatig naar de certificaathouders heeft gehandeld door deze zekerheden te bedingen. Zij eisen vervolgens alsnog de werkelijke waarde van de aandelen/certificaten op. Deze waarde zou, ondanks de diverse faillissementen, namelijk veel hoger zou liggen dan de door hen ontvangen € 1,=. Een procedure volgt. De rechter toetst aan de zorgvuldigheidsverplichting van de Rabobank ex artikel 2 Algemene Bankvoorwaarden en 7:401 BW. Anders dan de Rechtbank oordeelde het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden dit jaar aldus:

a. Handhaving renteswap was zeer nadelig voor Bouwbedrijf c.s.

b. Bij liquiditeitsproblemen is uitstel rente voorstelbaar, maar een beding inhoudende een opbrengstpercentage uit liquidatieverkopen bevat geen verband met enig uitstel en geeft, gezien het zeer nadelige karakter voor bouwbedrijf, ernstig te denken.

c. De bedongen fees zijn dusdanig hoog dat zij niet meer als rentevergoeding kunnen worden aangemerkt of strekken tot uitstel van rentevergoeding en staan in geen enkele verhouding tot de kredietuitbreiding.

d. Bij het aannemen van risicodragend kapitaal dient de bank de nodige voorzichtige terughoudendheid te betrachten en dat is hier niet gebeurd.

Met dat alles heeft de Rabobank haar zorgplicht geschonden en onrechtmatig gehandeld richting de certificaathouders en de Stichting. Daarbij speelt de dwangpositie waarin zijn verkeerden een grote rol. De daardoor geleden schade dient nog te worden opgemaakt. De rente en de borgtocht werden wel acceptabel bevonden door het Gerechtshof.

Moraal van het verhaal

Een bank die vergoedingen bedingt, anders dan reguliere rente, dient op haar tellen te passen. Als dat al anders is dient die vergoeding qua omvang zich verhouden tot reguliere rente welke anders in rekening zou zijn gebracht. De bank heeft zich hier in haar gretigheid verslikt. Voor financiers anders dan banken geldt deze verplichting minder streng aangezien zij een andere maatschappelijke functie vervullen dan banken. Echter, ook dan geldt dat de verhouding tussen lening, risico en tegenprestatie redelijk dient te zijn. Rupsjes nooit-genoeg wordt zo een halt toe geroepen.