Turboliquidatie en informatieplicht bestuurder

19 november 2018

Eerder schreven wij al over de turboliquidatie van een vennootschap. Dat is een tegenwoordig veel gebruikte mogelijkheid om een vennootschap te ontbinden en te liquideren met een enkel besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders. Zeker als alle aandeelhouders akkoord zijn kan dat besluit op heel korte termijn worden genomen (vandaar de term: ‘turboliquidatie’). Weg vennootschap. De crediteuren hebben het nakijken. Daar komt geen faillissement aan te pas en dus ook geen curator die nog achteraf controleert of dat allemaal wel volgens de regelen der kunst heeft plaatsgevonden. Niemand die namelijk ziet of de directeur nog even net de laatste middelen maar snel aan zichzelf heeft toebedeeld.

Turboliquidatie betrouwbaar?

Dit maakt dat achterblijvende crediteuren een turboliquidatie veelal niet vertrouwen. Want als er toch actief zou zijn (bijvoorbeeld in de vorm van terug te halen actief of een claim op de bestuurder) , valt er aan crediteuren dus nog wel wat uit te keren. Wat kan de crediteur dan nog?

Hij kan alsnog het faillissement aanvragen. In de rechtspraak wordt wel verschillend geoordeeld over de vraag of er daarvoor dan baten aanwezig dienen te zijn. Het Gerechtshof Den Bosch vond dat niet nodig. De Rechtbank Zeeland-West-Brabant daarentegen wel. In de literatuur bestaat hierover verschil van mening. Mij lijkt dat de Rechtbank Zeeland-West-Brabant het bij het juiste eind heeft. Want als er geen baten zijn, dan heeft een curator er letterlijk niets meer te zoeken. Maar laten we eens aannemen dat er nog baten zijn. Echter, dat betwist de bestuurder dat omdat hij liegt dat het gedrukt staat. Dient de bestuurder nu te bewijzen dat er niets is of is het aan de crediteur om te bewijzen dat er wel iets is?

Oordeel rechtbank

Laatstgenoemde rechtbank oordeelde dat de crediteur dat aannemelijk dient te maken. Als dat vervolgens door de vennootschap wordt bestreden moet de crediteur het zelfs bewijzen, aldus rechtbank. Dat is voor die crediteur vaak een lastige. Want hoe bewijs je dat er nog baten zijn als je geen inzicht hebt in de boekhouding? De crediteur komt zo in een spagaat terecht en een frauderende bestuurder van een vennootschap die de boel heeft leeg getrokken trekt zo aan het langste eind. Dat is een ongewenste uitkomst. Maar ook onlogisch qua bewijslast.

Onlangs boog het Gerechtshof Den Haag zich over een claim van derden tegen bestuurders in het kader van bestuurdersaansprakelijkheid, nadat zij de vennootschap via een turboliquidatie hadden beëindigd. Als gezegd is dan het uitgangspunt dat de derde dient te bewijzen dat de bestuurders er een potje van gemaakt hebben. Ook daar had die derde geen zicht op de administratie. De bestuurders wel maar die bleven op zitten. Het Gerechtshof maakte daar korte metten mee. Wie op essentiële stukken zit dient er van af te komen en anders wordt de claim toegewezen. Deze redenering is logisch. Die zou ook bij turboliquidaties kunnen worden toegepast als de bestuurder zich openheid van zaken geeft.

Conclusie

Turboliquidatie is een prima vehikel om een vennootschap met schulden op te ruimen. Er mogen dan geen geld of middelen zijn weggesluisd en claims tegen derden, zoals bestuurders, moeten zo mogelijk geëffectueerd worden. Om te kunnen beoordelen of daarvan sprake is zal de derde het bewijs moeten leveren althans dat aannemelijk moeten maken. Echter, als duidelijk is dat de bestuurder over de bewuste informatie beschikt en deze achter houdt komt hij terecht van een koude kermis thuis.