Valkuilen buitengerechtelijke kosten bij niet-betalende consumenten

28 februari 2017

Een ondernemer die zijn business model heeft afgestemd op consumenten zal er een strak incassobeleid op willen naleven. Als deze niet tijdig betaalt begint het circus van aanmaningen al dan niet door het bedrijf van de ondernemer, een incassobureau of een deurwaarder. Daarmee zijn extra kosten gemoeid. De ondernemer zal deze extra willen verhalen op de onwillige consument. Wat kan daarbij wel en niet?

Contouren van de wet (artikel 6:96 Burgerlijk Wetboek)

De redelijke kosten van buitengerechtelijke incassokosten kunnen namelijk worden doorbelast aan de consument. Er worden wel grenzen aan gesteld. Zo kunnen niet de werkelijke kosten in rekening worden gebracht maar worden die kosten gefixeerd. Deze fixatie is afhankelijk is van de omvang van het openstaande bedrag. De betreffende staffels zijn terug te vinden in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (afgekort: besluit BIK). Aldus is de omvang van de te vorderen bedragen een invuloefening geworden en ontstaan daarover in de praktijk weinig discussies.

Resteert nog de vraag vanaf wanneer deze kosten dan op de consument kunnen worden afgewenteld. De wetgever heeft bepaald dat deze kosten alleen verschuldigd worden indien de consument ’ vruchteloos is aangemaand tot betaling binnen een termijn van veertien dagen, aanvangende de dag na aanmaning’. Over deze wettekst ontstonden vragen en deze zijn de Hoge Raad voorgelegd.

De Hoge Raad is streng voor de ondernemer

De Hoge Raad (25 november 2016 ECLI:NL:HR2016:2704 (JOR 2017,59) oordeelde aldus:

  1. De termijn van 14 dagen gaat lopen vanaf de dag nadat de aanmaning door de consument is ontvangen. Als hij intussen integraal betaalt is hij geen incassokosten verschuldigd. Als hij gedeeltelijk betaalt kunnen slechts de incassokosten worden gerekend via voornoemde staffel over de na die 14 dagen nog resterende som (en dus niet de initiële hoofdsom).
  2. Daarbij luistert het vermelden van die 14-dagen termijn nauw. Een aanmaning luidende ‘betalen binnen 14 dagen na vandaag’ is bijvoorbeeld onvoldoende. Duidelijk dient namelijk te worden gemaakt dat binnen 14 dagen (of een langere door u te stellen termijn) na ontvangst van de bewuste aanmaning dient te worden voldaan.
  3. Als de schuldeiser een kortere termijn stelt heeft die aanmaning geen effect voor wat betreft de buitengerechtelijke incassokosten. Wilt u vervolgens alsnog de buitengerechtelijke kosten innen dan dient u dus een nieuwe aanmaning te versturen die wel voldoet aan de hiervoor genoemde criteria.
  4. Voor het geval consument stelt nooit de aanmaning te hebben ontvangen is het aan de schuldeiser-verzender om aan te tonen dat hij die wel heeft verzonden naar het adres waarvan hij in redelijkheid mocht aannemen dat dit het adres van de consument was.
  5. Voor het geval de consument niet de ontvangst van de aanmaning bestrijdt maar de dag van ontvangst betwist, dient de schuldeiser aan te tonen dat de consument deze op de door de schuldeiser genoemde datum heeft ontvangen.
  6. Als de consument niet in de procedure verschijnt dient de rechter ambtshalve te toetsen of aan de 14-dagen termijn is voldaan. In de regel mag de rechter er van uit gaan dat de brief op de tweede dag na de verzending is bezorgd. Als dag van bezorging tellen daarbij niet mee de zon- en maandagen en officiële feestdagen.

Overigens staat in de wet dat van deze regeling in het contract niet kan worden afgeweken. Als dat toch gebeurt heeft dat geen effect.

Moraal van het verhaal bij overeenkomsten met consumenten

De schuldeiser dient er voor te waken dat:

a. voornoemde 14-dagen termijn correct in acht is genomen
b. daarbij ook de juiste formulering wordt gehanteerd
c. het bewijs van ontvangst althans verzending kan worden geleverd
d. de in werkelijkheid te maken incassokosten zo veel mogelijk worden geminimaliseerd, in ieder geval totdat de termijn van 14 dagen zijn verstreken

Veelal zal de schuldeiser eerst zelf gaan aanmanen voordat hij daarmee een externe derde, zoals een deurwaarder of incassobureau, daarmee belast om te voorkomen dat die daarmee te maken kosten niet kunnen worden doorberekend als de consument net voor die 14 dagen alsnog betaalt.