Van de regen in de drup

12 april 2018

Stel uw klant kan u niet de afgesproken € 25.000 euro’s betalen voor de door u geleverde goederen of diensten. Hij zit wat krap bij kas, zegt hij. Maar niet getreurd, hij heeft nog wel een auto die € 40.000 waard blijkt te zijn. Het verschil van € 15.000 betaalt u bij. De klant lenigt met dat bedrag een aantal andere crediteuren. Vervolgens gaat uw klant failliet. De curator staat bij u op de stoep en vordert van u de auto terug zonder dat u daar iets voor terug krijgt. Kan de curator dat zo maar doen?

Nee, zo maar kan dat niet. Maar u hebt met deze transactie wel alle alarmbellen in werking gezet. Waarom? De kern van het juridische verhaal komt op het volgende neer: U hebt recht op euro’s en u krijgt nu wat anders, namelijk een auto. Als:

1. die auto zonder die verkoop door de curator vrij had kunnen worden verkocht; én
2. u bij deze nadere afspraak het faillissement van de klant met een redelijke mate van waarschijnlijkheid had behoren te voorzien,
gaat u voor de bijl. Bovenstaande is al heel lang de vaste rechtspraak van de Hoge Raad.

Of de curator de auto dan ook vrij had kunnen verkopen, dus ook niet gehinderd door een pandrecht daarop, zal moeten blijken. Ook de vraag of u dan dat faillissement met een redelijke mate van waarschijnlijkheid had behoren te voorzien is een feitelijke vraag. Maar u voelt al aan dat indien u de accountant bent van uw klant u dat eerder wordt geacht te hebben geweten dan indien u een buitenstaander-leverancier bent. Weet wel dat curatoren vaak ook mailverkeer nalopen en op die wijze de wetenschap boven tafel krijgen. Het gaat hier om het zogenaamde leerstuk van de ‘pauliana’ ook wel ‘schuldeisersbenadeling’ genoemd..

Een vergelijkbare zaak

Iets vergelijkbaars deed zich in 2017 voor bij de kantonrechter Den Haag. De kantonrechter ging echter ongemotiveerd aan de vaste rechtspraak van de Hoge Raad voorbij en vond – ruwweg vertaald - dat het sowieso moest kunnen wat hier was gebeurd. Ik weet niet of er hoger beroep is ingesteld maar mocht dat zo zijn, dan houdt dit vonnis geen stand. Of daarmee ook is gezegd dat er in dit geval sprake is van paulianeus handelen is de vraag. Echter, dan moeten wel eerst de hiervoor genoemde stappen worden doorlopen en dat deed de kantonrechter dus niet.

Conclusie

Hoed u voor situaties als deze. In mijn voorbeeld kan het dus zo zijn dat u met bijbetaling van € 15.000 de dans denkt te ontspringen maar uiteindelijk voor € 40.000 het schip in gaat.