Verdrag van New York

07 december 2017

Hoge Raad verduidelijkt uitleg Verdrag van New York

De Hoge Raad heeft onlangs voor het eerst een uitspraak gedaan over de rechterlijke beoordelingsruimte onder het Verdrag van New York bij een exequatur-verzoek op een buitenlands arbitraal vonnis, dat door de lokale buitenlandse rechter is vernietigd. Dit is voor de internationale handels- en procespraktijk een belangrijke uitspraak.

Arbitrage in (internationale) handelscontracten

In veel (nationale en internationale) handelscontracten wordt arbitrage overeengekomen om geschillen te beslechten. Die geschilbeslechting komt dan in plaats van overheidsrechtspraak. Als voordelen van arbitrage worden vaak genoemd dat de arbiters meer kennis hebben van een specifieke branche, de procedure sneller verloopt en de uitspraak niet openbaar is. Voordat een arbitraal vonnis ten uitvoer kan worden gelegd, moet de rechter in het land van tenuitvoerlegging een ‘exequatur’ verlenen. Dat houdt in dat het arbitraal vonnis wordt erkend en dat het net als een rechterlijk vonnis kan worden tenuitvoergelegd (ofwel ‘geëxecuteerd’).

De casus

In 2007 verkocht een Russische zakenman een meerderheidsbelang in een staalbedrijf aan een ander (eveneens Russisch) staalbedrijf, NLMK. Na levering van de aandelen aan NLMK en ontvangst van een voorschot op de koopprijs, claimde hij het volgens hem nog resterende deel van de koopprijs van NLMK. Daarover werd een arbitrageprocedure gestart bij de Kamer voor Internationale Commerciële Arbitrage van de Russische Kamer van Koophandel. Die stelde de zakenman in het gelijk en veroordeelde NLMK tot een betaling van ca. 9 miljard roebel (ca. 130 miljoen euro).

NLMK was het daar niet mee eens en begon een procedure bij de Russische rechtbank tot vernietiging van de arbitrale uitspraak. Die vordering slaagde. De rechtbank vernietigde het arbitraal vonnis, omdat twee van de arbiters werkten voor een universitair instituut dat door de zakenman in de procedure was ingeschakeld. Bovendien hadden de arbiters dat niet bekendgemaakt.

Exequaturprocedure

Inmiddels had de zakenman op basis van het (voor hem gunstige) arbitrale vonnis in Nederland conservatoir beslag laten leggen op aandelen die NLMK in Nederland hield. Om zich op de aandelen te kunnen verhalen vroeg hij bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam een exequatur aan op het Russische arbitrale vonnis.

NLMK voerde in deze exequaturprocedure als verweer aan dat de rechtbank volgens het Verdrag van New York het exequatur moet weigeren als het arbitraal vonnis is vernietigd door de rechter van de plaats van de arbitrage, zoals in dit geval was gebeurd. De zakenman bracht daar weer tegenin dat de procedure bij de Russische rechtbank niet eerlijk was verlopen en niet met voldoende waarborgen was omkleed. Om die reden mocht de Nederlandse rechtbank het exequatur toch verlenen, stelde hij.

De voorzieningenrechter weigerde echter het exequatur, en in hoger beroep bekrachtigde het gerechtshof die uitspraak. De motivering was dat het exequatur moest worden geweigerd omdat het arbitraal vonnis door de Russische rechter was vernietigd. Daarop geldt alleen een uitzondering als er sterke aanwijzingen zijn dat die laatste procedure niet eerlijk is verlopen. Maar dat was, volgens de beperkte toetsing van het hof, niet het geval.

Oordeel Hoge Raad

De zakenman ging daarop in cassatie bij de Hoge Raad. Hij bepleitte dat het hof te terughoudend was geweest bij de toetsing of de vernietigingszaak in Rusland wel eerlijk was verlopen. Volgens hem laat het Verdrag van New York een ruimere toetsing toe dan het hof had toegepast.

Dat geeft de Hoge Raad de gelegenheid om zich uitvoerig uit te spreken over de wijze waarop het Verdrag van New York in een geval als dit moet worden uitgelegd. Hiervoor vergelijkt de Hoge Raad eerst de authentieke verdragstekst in het Engels en het Frans. Beide versies blijken een verschil te bevatten in de beoordelingsruimte die aan de rechter wordt gelaten. De Engelse tekst (‘may be refused’) lijkt ruimer dan de Franse (‘ne seront refusées que si’). Ook in andere bronnen over de juiste toepassing van het Verdrag vindt de Hoge Raad interpretatieverschillen.

Daarom geeft de Hoge Raad een eigen invulling aan de manier waarop het Verdrag van New York op dit punt moet worden toegepast. Die komt erop neer dat de rechter ook een eigen beoordelingsruimte heeft als zich een weigeringsgrond volgens het Verdrag voordoet (zoals – in dit geval – vernietiging van het arbitraal vonnis). Daar kan de rechter echter alleen in uitzonderingsgevallen gebruik van maken. Het is dan aan de verzoeker om feiten en omstandigheden te bewijzen die rechtvaardigen dat aan de weigeringsgrond wordt voorbijgegaan. Daarbij verwijst de Hoge Raad ook naar de uitspraak uit 2014 in de Gazpromzaak.

Het hof was volgens de Hoge Raad op juiste wijze tot zijn beslissing gekomen, door te onderzoeken of het arbitraal vonnis ondanks de vernietiging door de Russische rechtbank toch kon worden erkend. Het hof heeft daarmee terecht onderkend dat de Nederlandse rechter in zo’n situatie een eigen beoordelingsruimte heeft.

Conclusie

De Russische zakenman heeft dus het nakijken (althans in deze Nederlandse zaak), maar voor de (internationale) handelsrechtpraktijk is de uitspraak van de Hoge Raad verhelderend.