Een waardevolle vondst, maar wie is de eerlijke vinder?

30 januari 2017

Een medewerker van een afvalverwerkingsbedrijf kijkt zijn ogen uit als hij in een afgedankte printer een envelop vindt met daarin € 15.100. Hij meldt zijn vondst bij de gemeente en besluit het bedrag te bewaren. De wet bepaalt namelijk dat hij eigenaar wordt als de vondst correct is gemeld en de rechthebbende zich niet binnen één jaar meldt.

Maar de werkgever eist van de medewerker dat die het geld bij hem inlevert. Het geld is immers gevonden tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. De medewerker weigert en het bedrijf start daarop een procedure waarin afgifte van het geld wordt gevorderd.

Vinder is werknemer

De rechtbank stelt de werknemer in het gelijk. Het vinden van een verloren voorwerp is geen rechtshandeling, zo oordeelt de rechtbank. Daarom kan niet geoordeeld worden dat de medewerker het geld ‘namens’ de werkgever heeft gevonden.

Vinder is werkgever

In hoger beroep loopt het anders. Het gerechtshof is het wel met de werkgever eens. Gezien de bedrijfsactiviteiten van de werkgever en de taak van de medewerker, was het ‘onontkoombaar’ dat de medewerker het geld zou vinden. Elke andere medewerker van het bedrijf in dezelfde functie zou het geld in de printer gevonden hebben, als de printer na aflevering bij hem of haar was terechtgekomen. Daarom moet het bedrijf in dit geval als vinder van het geld worden aangemerkt.

Eindoordeel

De medewerker moet het geld dan ook aan zijn baas afgeven. Die moet het in bewaring houden. Als de rechthebbende zich niet meldt, wordt de werkgever na een jaar eigenaar.