Wat als de bank of financier je krediet stopzet?

16 mei 2017

De meesten onder ons hebben geld geleend bij een bank of andere financier. Dat kan onder meer via een lening dan wel een rekening-courant.

Probleemstelling: opeising / niet verlenging onredelijk

Het gebeurt regelmatig dat de kredietverlener het geld terug wil. Denk hierbij aan de afloop van de afgesproken periode dan wel tussentijds. Stel nu dat dit volgens de letter van de regels mogelijk is, maar dat u als geldnemer de gegeven omstandigheden toch onredelijk vindt. Volgens de Hoge Raad[1] kan dit een argument zijn om de opzegging tegen te houden.

Omstandigheden bij de afweging wat wel of niet onredelijk is

Maar welke omstandigheden spelen bij die afweging of het wel of niet redelijk is dan een rol? Het Gerechtshof Arnhem[2] vond deze punten van belang:

  • de duur, de mate van exclusiviteit, de omvang, de ingewikkeldheid en het verloop van de kredietrelatie;
  • een aanmerkelijke afname van de kredietwaardigheid en/of aanmerkelijke toeneming van het bancaire kredietrisico;
  • het gedrag en de betrouwbaarheid van de kredietnemer alsmede de mate waarin en de tijdigheid waarmee deze de bank op de hoogte heeft gesteld en stelt van alle voor de kredietrelatie relevante omstandigheden;
  • of en in welke mate de kredietnemer toerekenbaar is tekortgeschoten (bijvoorbeeld door (structurele en/of ruime) overschrijding van de kredietlimiet);
  • de kans dat de onderneming van de kredietnemer, al of niet na reorganisatie of doorstart, zal overleven en de mate waarin de kredietnemer een reorganisatie heeft opgestart;
  • welke termijn de kredietnemer krijgt om een andere (huis-)bankier te zoeken en welke ernstige financiële problemen voor de kredietnemer (zullen) ontstaan indien hij zijn financieringsbehoefte niet op korte termijn elders kan onderbrengen;
  • de wijze van besluitvorming van de bank voorafgaand aan de opzegging, de wijze waarop overleg is gevoerd met de kredietnemer en in welke mate de bank de kredietnemer tevoren heeft gewaarschuwd;
  • of de bank door eigen gedragingen (zoals toelating van overschrijding van de kredietlimiet) verwachtingen heeft gewekt;
  • andere maatschappelijke belangen (waaronder het voorbestaan van werkgelegenheid).

Rechters slaan financiers nog meer om de oren

Inmiddels ontwikkelt de rechtspraak zich volgens deze criteria. Het is de vraag of de financier:

  • de kredietrelatie kan opzeggen
  • genoodzaakt kan worden de kredietrelatie ná de afgesproken periode voor te zetten[3]
  • zekerheden kan gaan uitwinnen[4]

Consequenties van deze normschending voor financiers

Schending van deze norm kan er toe leiden dat de financier aansprakelijk wordt voor:

  • de schade[5]
  • het tekort dat in een faillissement ontstaat[6]

Conclusie

Financiers zullen zich moeten beseffen dat hun handelen of nalaten wordt getoetst middels bovengenoemde niet-limitatieve checklist. Dat biedt u als geldnemer de mogelijkheid in het geweer te komen als u meent dat deze lijst is geschonden. En dat komt vaker voor dan u van een fatsoenlijke geldverstrekker zou mogen verwachten.



[1] HR 10 oktober 2014 JJOR 2015,
[2] Gerechtshof Arnhem 18 februari 2003 JOR 2003, 267 Rabobank/Aarding Beheer r.o. 4.31
[3] Hof Den Bosch 10 maart 2016 JOR 2016 / 211
[4] Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, 6 juli 2010, JOR 2010, 292 r.o. 4.3.2
[5] Rechtbank Breda 25 januari 2006 JOR 2006 / 89
[6] Rechtbank Den Haag 29 juni 2016 JOR 2016 / 291