Wet versterking positie curator: wat verandert er en voor wie?

13 juli 2017

Op 1 juli 2017 is de Wet versterking positie curator in werking getreden. De wet is een onderdeel van de zogenoemde derde pijler van het wetgevingsprogramma “herijking faillissementsrecht”. De faillissementswet wordt op een aantal onderdelen aangepast. Enerzijds wordt de taak van de curator uitgebreid. Deze krijgt een vaste rol bij de signalering van faillissementsfraude. Anderzijds worden de bestaande informatie- en medewerkingsverplichtingen (aanzienlijk) uitgebreid. Deze verplichtingen ‘raken’ niet alleen de gefailleerde zelf, maar ook (onder meer) bestuurders, commissarissen, de echtgenoot en de accountant van de gefailleerde.

Uitbreiding inlichtingenplicht

Vóór de inwerkingtreding van de wet was het al zo dat de gefailleerde een wettelijke inlichtingenplicht had op grond waarvan hij, daartoe opgeroepen, alle inlichtingen diende te verschaffen aan zijn curator, de rechter-commissaris en/of de schuldeiserscommissie. Is de gefailleerde een rechtspersoon, dan geldt deze verplichting ook voor de bestuurders en commissarissen van de gefailleerde. Deze verplichting is nu aanzienlijk uitgebreid. Ik noem hier een aantal belangrijke wijzigingen.

De (bestuurder van de) gefailleerde moet:

  • De curator ook op eigen initiatief inlichten over feiten en omstandigheden waarvan hij weet of behoort te weten dat deze voor de omvang, het beheer of de vereffening van de boedel van belang zijn;
  • De curator informeren over eventuele buitenlandse vermogensbestanddelen, zoals banktegoeden of onroerend goed. Hij dient tevens alle medewerking te verlenen om de curator te laten beschikken over deze vermogensbestanddelen;
  • De curator alle medewerking verlenen aan het beheer en de vereffening van de boedel;
  • De administratie (boeken bescheiden en andere gegevensdragers) terstond volledig en ongeschonden aan de curator te overhandigen;

Veel van de verplichtingen gelden volgens de nieuwe wet niet alleen voor gefailleerde zelf. Deze gelden ook voor de bestuurders en commissarissen van de gefailleerde, alsmede op eenieder die in de drie jaar voorafgaand aan het faillissement bestuurder of commissaris was. Met een bestuurder wordt bovendien gelijk gesteld degene die het beleid (mede) heeft bepaald als ware hij bestuurder. Het niet voldoen aan (onder meer) de inlichtingenplicht is strafbaar. Schending van voornoemde verplichtingen kan leiden tot een gevangenisstraf of een geldboete. Dit geldt ook voor (oud) bestuurders en commissarissen.

Partner van gefailleerde

Indien de gefailleerde in gemeenschap van goederen is gehuwd of in gemeenschap van goederen een geregistreerd partnerschap is aangegaan, dient de partner medewerking te verlenen voor zover het faillissement de gemeenschap betreft.

Accountants

De Wet versterking positie curator heeft voorts gevolgen voor accountants en andere derden die de administratie van gefailleerde geheel of gedeeltelijk onder zich hebben. Deze hebben eveneens de verplichting om de administratie ongeschonden aan de curator te overhandigen, zo nodig met inbegrip van de middelen om die administratie leesbaar te maken. Derden kunnen bovendien geen beroep doen op een retentierecht ten aanzien van de administratie die zij onder zich hebben wanneer die door de curator is opgevraagd.

Bestrijding faillissementsfraude

In eerdere publicaties berichtte ik dat de wetgever bij de bestrijding van faillissementsfraude een (signalerende) rol ziet weggelegd voor de curator. Ik plaatste toen kritische kanttekeningen bij het effect van de aangekondigde maatregelen, omdat steeds meer vennootschappen met schulden worden vereffend via een zogenoemde turboliquidatie in plaats van een faillissement. De positie van de curator wordt in ieder geval met de invoering van (onder meer) deze wet op papier aanzienlijk versterkt.

Wilt u meer informatie over dit onderwerp, neemt u dan contact op met:

mr. M.J. (Maarten) Blommaert