Wil je hier even tekenen?

07 juli 2017

Ook in het digitale tijdperk worden nog steeds veel afspraken op papier vastgelegd en bekrachtigd met een handtekening. Die handtekening is belangrijk, en ook de plaats ervan op het papier. Dat blijkt uit een recent praktijkvoorbeeld.

Mondelinge overeenkomsten zijn ook geldig, maar…

Mondelinge overeenkomsten zijn (meestal) net zo bindend als een schriftelijke overeenkomst. ‘Meestal’, omdat de wet soms de schriftelijke vastlegging als geldigheidsvereiste stelt. Dit is bijvoorbeeld zo bij de koopovereenkomst van een woning en bij het concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst.

‘Wie stelt bewijst’

Maar een schriftelijke vastlegging verdient uit bewijsoogpunt natuurlijk wel de voorkeur. In het bewijsrecht geldt de hoofdregel dat de partij die zich op een afspraak beroept, het bestaan van de afspraak moet bewijzen. Dit wordt uitgedrukt in het gezegde ‘wie stelt bewijst’.

Akte

Daarbij heeft een akte volgens de wet dwingende bewijskracht tussen de partijen die de akte hebben ondertekend. Een akte is een ondertekend schriftelijk stuk dat bestemd is om tot bewijs te dienen. In een procedure dient de rechter uit te gaan van de juistheid van de inhoud van de akte. Als de wederpartij van degene die zich op de akte beroept de inhoud ervan betwist, zal die partij moeten aantonen dat de inhoud niet (meer) juist is. Bijvoorbeeld dat de in de akte genoemde geldlening inmiddels is afgelost.

Een recent voorbeeld

Hoe nauw een goede schriftelijke vastlegging luistert, blijkt uit deze recente rechterlijke uitspraak. Hierbij ging het om een geldlening van € 150.000 die was vastgelegd in een overeenkomst van twee pagina’s. Op de tweede pagina stonden de handtekeningen van beide partijen. De partij die werd aangesproken tot terugbetaling, ontkende echter dat wat er op de eerste pagina stond tussen de partijen was afgesproken. Volgens hem ging het om een vervalsing door de andere partij.

De rechtbank vond dat verweer onvoldoende en wees de vordering tot terugbetaling toe. De geldlener had naar haar oordeel te weinig gesteld om het bestaan van de geldlening (die immers in een akte was vastgelegd) te ontkennen.

Maar in hoger beroep kreeg de geldlener alsnog gelijk. Het gerechtshof oordeelde dat alleen dat deel van een schriftelijk stuk dat boven de handtekening staat, geldt als een akte. De eerste pagina van de overeenkomst was niet door partijen ondertekend of geparafeerd en kon dus niet als akte worden aangemerkt. Dat blijkt volgens het hof uit het woord ‘ondertekend’ en ook uit de toelichting van de wetgever bij het betreffende wetsartikel. Daardoor stond de vordering van de schuldeiser niet vast en moest de schuldeiser alsnog op een andere manier proberen de geldlening te bewijzen.

Moraal van het verhaal

Deze uitspraak toont maar weer eens aan dat het van belang is om elke pagina van een overeenkomst te laten ondertekenen of paraferen. Alleen zo geldt de (gehele) overeenkomst als akte in de zin van de wet met de daarbij behorende bewijskracht.